Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij ondervinding gebleken, dat het Gouvernement van dien tijd, waarschijnlijk ter zake van de levendige herinnering aan het toen nog onlangs gebeurde, de rechtsmagt van het Militair wezen wederom al te naauw heeft beperkt, en daardoor tot nieuwe onaangenaamheden, zo wel voor den Burger als Militairen Stand gelegenheid gegeeven; vermits toen bestendig jurisdictie questien zijn ontstaan, waarvan dikwerf het gevolg geweest is, dat misdaden door Militairen begaan, zijn ongestraft gebleeven, doch waardoor teffens de Militairen, alleen om zo te spreeken door de apprehensie van Dienaars der Burgerlijke Justitie voor het militaire wezen zijn verloren geraakt.

„De Commissie heeft dus geoordeeld in deze beide uitterstens een middelweg te moeten zoeken, waardoor noch den burger noch den Militairen stand wordt gepraejudicieerd en tevens allen grond van klagten en oneenigheden wordt weggenomen.

„Deze middelweg verbeeld zich de Commissie onder correctie te hebben gevonden, door aan den Militairen Bechter de bevoegdheid toe ter erkennen, om te oordeelen over allerlei misdaden, van wat aart ook door Militairen begaan, hetzij Burgerlijke of zogenaamde Commune delicten, hetzij pure militaire misdaden; behoudens echter alleen de misdaden 's Lands middelen en impositien te Water en te Lande betreffende, welke de Commissie geoordeeld heeft te moeten laten aan den Bechter des competent: — En behoudens 't geval, wanneer Militairen met Burgers gemeenschappelijk eenCommun delict bedreven mogten hebben; wanneer de jurisdictie, na het oordeel van de Commissie, uithoofde van de connexiteit behoort te verblijven bij den Burgerlijken Bechter.

„De Commissie is te meer tot dit gevoelen overgehelt, omdat zij geoordeeld heeft, dat het voor de Administratie der Militaire Justitie voegsamer is, dat de Hoogste Militaire Bechtbank bestaat uit een gelijk getal Rechtsgeleerden en een gelijk getal Militairen van de Zee- en Landmagt respect ivel ijk, en dat de mindere Land-Krijgs Baden behoren voorzien te zijn van Auditeurs Militair, in rechten gegradueerd, aan welken zij ook zouden aanraden, om een behoorlijk tractement toeteleggen, ten einde van de Auditie hare hoofdwerksaamheid te maken; en dat bij consequentie langs dezen weg in de geheele administratie der Justitie van Militaire personen, de zorg over de behoorlijke straffing der Commune delicten door Bechtsgeleerden, als de Wetten van den Lande kundig, worden gedirigeerd."

Sluiten