Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd in de Rijksdagszitting van 15 December 1896 verworpen. Daarmee is de aandrang om hooger beroep echter nog geenszins verminderd.

Een enkel woord over de andere rechtsmiddelen. In Frankrijk bestaan evenals in ons land verzet (opposition), hooger beroep (appel), cassatie en revisie. Verzet bestaat alleen tegen verstekvonnissen van de juges de police en van de tribunaux correctionnels, terwijl een verstekvonnis van een cour d' assises slechts provisioneel is en door de vrijwillige verschijning van beklaagde opgeheven wordt. Beroep staat open van vonnissen van de juges de police en van de tribunaux correctionnels. Cassatie kan tegenover alle vonnissen in laatste instantie gewezen en ook tegenover interlocutoire vonnissen ingeroepen worden. Bovendien bestaat revisie in eenige door de wet aangegeven gevallen. In Duitschland bestaan de Beschwerde, de Berufung, de Revision en de Wïederaufnahme. Eerstgenoemd middel richt zich tegen alle rechterlijke beslissingen, voor zoover het geen Urtheile zijn. De Berufung vindt alleen plaats tegenover vonnissen van de Schöffengerichte of van den Amtsrichter. De Revision is een juridisch onderzoek en komt in groote lijnen met de Fransche en onze cassatie overeen. Het is het eenige middel tegen vonnissen der Schwur- und Landgerichte en, wijl de andere vonnissen in appel voor het Landgericht dienen, indirect toepasselijk tegen alle vonnissen. Meer overeenstemmend met de Fransche en onze revisie is de Wiederaufnahme, bij de wet van 20 Mei 1898 opnieuw geregeld (§§ 399—402 St. P. O.) Voor de gevallen, waarin zij is toegelaten, verwijs ik naar het werkje van Franz Woermann, Das Wiederaufnahmeverfahren u. s. w. blz. 2—44. In ons land bestaan dezelfde rechtsmiddelen als in Frankrijk. Door de wet van 14 Juli 1899, Stbl. n°. 159 is de achttiende titel van ons wetboek door een andere vervangen en eene belangrijke uitbreiding aan de revisie gegeven, eene maatregel reeds in 1895 in Frankrijk toegepast. Overigens verwijs ik naar de literatuur in dezen, o. a. bij Suess, t. a. p. blz. 429 vermeld en wat ons land in 't bijzonder betreft naar mr. Simons, Beknopte Handleiding, blz. 200-248.

In het vorenstaande heb ik de vraag behandeld, of er in strafzaken al of niet appel moet zijn. Ten aanzien van de rechtsmiddelen komt de hervorming van het strafproces nu verder neer op twee vragen: le Moet de aanklager — het O. M. — bevoegd zijn de rechtsmiddelen aan te wenden en 2° Is eene reformatio in pejus

Sluiten