Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegelaten ten aanzien van den veroordeelde? De eerste vraag wordt gewoonlijk bevestigend, de tweede ontkennend beantwoord ').

Na dit korte overzicht der „Reformbestrebungen," die het geheele proces betreffen, keer ik terug naar het vooronderzoek om in 't kort te schetsen, in welken zin men dit wil hervormen. Ik herinner er aan, dat het in alle drie landen inquisitoir, geheim en schriftelijk is, hoewel in Frankrijk door de wet van 8 Dec. 1897 eene stap in de richting van het contradictoir vooronderzoek is gezet. Een bescheiden stap, over welker richting langzamerhand een strijd is ontbrand, die aantoont, dat de wet, hoe goed ook bedoeld, door den gang van het proces te vertragen, de kosten te verhoogen en c.q. de preventieve hechtenis te verlengen eene verkeerde werking heeft ■').

Stemmen de drie wetgevingen in karakter hierin overeen, dat het vooronderzoek geheim is, zij verschillen nogal hier en daar in enkele hoofdpunten. In Frankrijk onderscheidt men de eigenlijke instructie (instruction préparatoire) van de voorloopige informatiën van wege de politie te nemen. Terwijl nu deze informatiën onder leiding van en door het Openbaar Ministerie worden gehouden, treedt in de instructie de juge d'instruction op met uitsluiting van het Openbare Ministerie, dat zich niet verder met de verzameling van het procesmateriaal mag bezig houden en zich tot vervolgen moet beperken. Natuurlijk mag de rechler van instructie geen zitting nemen in het oordeelend college. Eerst op vordering van het Openbaar Ministerie, dat dus in de „phase policière" alle3) materiaal verzamelen kan, alvorens de eigenlijke instructie begint, vangt de juge d'instruction zijne taak aan, die dan evenwel dikwijls eene herhaling is en daarom kan gemist worden. De Fransche criminalisten ontkennen dit en willen óf het vooronderzoek geheel afschaffen, zoodat de dagvaarding — oin het zoo te noemen — rechtstreeks bijna zonder eenige voorbereiding geschiedt, óf het in zijne wijdloopigheid en herhaling behouden '). Alleen in geval van betrapping op heeterdaad (le flagrant délit)

') Zie Sukss, t. a. p. blz. 402—465.

■) Zie hierover Zucker, t. a. p. blz. 21—20.

3) Voor zoover do getuigen vrijwillig verschijnen en geeno dwangmaatregelen voor het vaststellen van zekere feiten noodig zijn.

4) Zuckek, t. a. p. blz. 31.

Sluiten