Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lic-he Vorprüfung passt überhaupt nicht in das System des Anklageprocesses. Dieses sollte consequent, wie folgt, verlaufen. Auf erlolgte Anzeige einer strafbaren Ilandlung hatte wie bis her der Staatsanwalt, wenn nöthig, ein Vorverfahren einzuleiten. Findet er, wegen Verwickeltsein des Falls, eine uinstandliche Voruntersuchung nöthig, so mag er dieselbe beantragen. Der Untersuchungsrichter müsste aber nur als Gehülfe des Staatsanwalts erscheinen. Bei eingreifenden Massregeln, wie Verhaftung, Durchsuchung u. s. w. müsste der Staatsanwalt einen richterlichen Beschluss erzielen und gegen denselben müsste ein Beschwerderecht eingeraumt werden, wenn auch ohne Suspensiveffect in Füllen, in denen nur augenblicklicher Zugriff Erfolg haben kann" ')• Meer zelfstandigheid van het Openbaar Ministerie dus. „Durch die entfallende richterliche Vorprüfung würde die richterliche Unbefangenheit voll gewahrt bleiben and alle Schwierigkeiten gehoben sein, welche jetzt mit dem Eröffnungsbeschluss verblinden sind", ziedaar twee voordeelen aan deze hervorming verbonden volgens Stenglein "). En niet anders Zucker ').

In ons land kan het vooronderzoek in drie phasen onderscheiden worden: het opsporingsonderzoek, de voorloopige informatiën en de eigenlijke instructie. Elk dezer phasen kun voorkomen, doch het is niet nooilig. Het opsporingsonderzoek berust in handen van het Openbaar Ministerie, terwijl de voorloopige informatiën en de instructie worden geleid door een van het Openbaar Ministerie onafhankelijken rechter-commissaris — een der leden van de rechtbank door het Hof voor den tijd van twee jaar als zoodanig aangewezen. Instructie en voorloopige informatie verschillen hierin, dat eerst, nadat de rechtbank kennis van de zaak genomen en rechtsingang tegen den verdachte verleend heelt, de instructie wordt aangevangen, terwijl do voorloopige informatie op requisitoir van het Openbaar Ministerie geschiedt. Wijl nu zonder dat de rechtbank rechtsingang verleent, de preventieve hechtenis — nog voorloopige aanhouding genoemd — hoogstens 12 dagen kan duren, gaat men betrekkelijk spoedig over tot de instructie, althans wanneer de verdachte in verzekerde bewaring is.

Het Openbaar Ministerie kan in het opsporingsonderzoek getuigen

') t. a. p. blz. 273. '-) t. a. p. blz. 274. :l) t. a. p. blz. Gö.

Sluiten