Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ten aanzien van de rechtsvraag — beter van de juridische vraagpunten, die zich voordoen — het leekenelernent, tengevolge van zijne onbekwaamheid, van de rechtsgeleerde leden van het college afhankelijk is. Eene afhankelijkheid, die evenwel bestaat naast de verantwoordelijkheid van elk lid van het college. Zoo zijn in het Schöffengericht alle drie leden gelijkelijk verantwoordelijk, al is de positie van den eerststemmenden Amtsrichter ook overheerschend. Dat het publiek niettemin alleen de rechtsgeleerden als verantwoordelijke rechters beschouwt, is aan zijn praktischen zin toe te schrijven.

De rechter moet bezitten: a. eene grondige kennis van het recht, hetwelk bij moet toepassen; b. bekwaamheid om zich eene juiste voorstelling te maken van de feiten, die aan zijn oordeel worden onderworpen, en c. bedrevenheid 0111 den juisten rechtsregel te vinden, m.a.w. om de feiten ten opzichte van de strafwet te qualificeeren. In hoeverre de militaire rechter aan deze en vorenstaande eischen kan voldoen, zal ik nu nagaan, doch vooraf een enkel woord over de samenstelling van de militairrechterlijke colleges in Frankrijk, Duitschland en ons land.

In Frankrijk ') gaat men van het beginsel uit, dat alleen militairen leden van de conseils de guerre kunnen zijn en dat nimmer een inferieur rechter over zijn superieur kan zijn. De samenstelling wisselt naar den graad van den beschuldigde, doch normaal bestaat de conseil de guerre uit zeven leden, en wel uit een kolonel of luitenant-kolonel als voorzitter, een majoor, twee kapiteins, een eerste en een tweede luitenant en een onderofficier 2). De president en leden worden benoemd door den generaal-bevelhebber in de circonscription territoriale, indien de beklaagde den rang van luitenant-kolonel of een lageren bekleedt, anders worden zij door den Minister van Oorlog benoemd. Zij moeten tot de actief dienenden in de circonscription behooren, alleen bij gebrek

') Ik volg hier Taillefer, t. a. p. blz. 122 vlg. en den Oode do justice militaire van 1857.

*) Zaken, waarin een officier beschuldigde is, zoodat de onderofficier buitengesloten wordt, komen zelden voor. Volgens eene opgave bij Taillefer, t. a. p. blz. 127, noot 3, in 1857 op do 4726 zaken 10 malen. De in de tekst gegex 11 samenstelling is dus vrijwel de normale.

Sluiten