Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan officieren van den bepaalden rang, worden zij ook uit de naburige circonscriptions door den Minister aangewezen. Door den generaal wordt eene lijst „par grade et par ancienneté" dagelijks bijgehouden van hen, die kunnen worden aangewezen en volgens de orde van inschrijving — zoo dit niet nadeelig is voor de belangen van den dienst — worden de leden benoemd voor den tijd van zes maanden. De leden moeten den leeftijd van 25 jaar hebben bereikt en den beschuldigde niet in den derden graad van bloedverwantschap bestaan. Bovendien mag geen hunner zitting nemen, zoo hij de klacht heeft ingediend; last heeft gegeven tot onderzoek; of als getuige de klacht heeft verzonden '); indien hij in de vijf voorafgaande jaren aanklager, civiele partij of medebeschuldigde in eene strafzaak tegen den beschuldigde is geweest; indien hij te voren de zaak kende als „administrateur" -') of als lid van een „tribünal militaire". Deze redenen van uitsluiting gelden voor alle functionarissen tot den griffier en substituut-griffier inbegrepen.

De territoriale indeeling vervalt in oorlogstijd in zoover, dat er dan krijgsraden bij de korpsen en in de belegerde plaatsen zijn, die, wanneer de beschuldigde een lageren rang bekleedt dan luitenantkolonel, uit 5 leden bestaan en wel voor de minderen uit een kolonel of luitenant-kolonel president, een majoor, een kapitein, een luitenant en een onderofficier. Er wordt geen lijst aangehouden; de commandant van den troep wijst de leden aan naar vrije keus, rekening houdende met de behoeften van den dienst.

Bij eiken krijgsraad in vredestijd zijn verder een commissaire du gouvernement, een rapporteur en een officier d'administration benevens hunne plaatsvervangers en lagere beambten. De commissaire du gouvernement en de rapporteur, respectievelijk de functie van Openbaar Ministerie en rechter van instructie vervullende, worden door den Minister van Oorlog benoemd uit de hoofdofficieren,

') Als aanklager wordt beschouwd dc commandant van het onderdeel (compagnie. escadron, batterij), waartoe do beschuldigde behoort; als getuige de korpscommandant, die de klacht voor gezien geteekend en verzonden heeft.

Hiermee worden bedoeld: de officier, die eene «instruction préliminaire heeft gehouden (Brief van den Minister van Oorlog van 30 Mei 1859); dekorpscommandant, die dezen officier aanwees (Conseil de revision Paris 13 Aug. 1880); de onderofficier, die bij hot voorloopig onderzoek als schrijver fungeerde (Conseil de revision Paris 7 Juli 1882) en de leden van het bureau de la justice militaire.

Sluiten