Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(c. q. garnizoen) volgens een lijst1). Eveneens worden de plaatsvervangende leden aangewezen. Een „Kriegsgericht" bestaat uit een „Kriegsgerichtsrath" en vier officieren in geringere gevallen of uit twee „Kriegsgerichtsrathe" en drie officieren, „wenn der Gerichtsherr nach den Umstanden des Falies annimmt, dass auf Todesstrafe oder auf Freiheitsstrafe von mehr als sechs Monaten zu erkennen sei" 2). De officieren worden volgens de rij aangewezen, waarvan slechts in dringende gevallen mag afgeweken worden; de volgorde wordt voor een jaar telkens door den „Gerichtslierr" bepaald. Bij vier officieren zijn er een majoor, een kapitein en twee eerste luitenants, bij drie officier slechts een eerste luitenant, wanneer een onderofficier of mindere terecht staats). De hoogst in rang zijnde officier is bij de Hauptverhandlung voorzitter, de „dienstalteste Kriegsgerichtsrath" leidt echter de „Verhandlungen". Wanneer uit het getal der aan den Gerichtslierr toegevoegde Kriegsgerichtsrathe het Kriegsgericht niet wettelijk kan samengesteld worden, wordt door den Gerichtslierr aan een anderen om hulp verzocht4).

De „Oberkriegsgerichte" bestaan uit zeven rechters en wel uit twee Oberkriegsgerichtsrathe en vijf officieren. Voor 't geval de beschuldigde niet den generaalsrang bekleedt, worden de officierenleden voor het begin van het jaar (kalenderjaar, ingevolge § 22 des Einführungsgesetzes zur Militarstrafgerichtsordnung) voor dat jaar door den „Gerichtslierr" als „standige Richter" aangewezen en beëedigd.

) §§ 1^2 135 handelen over de «Ausschliessung und Ablehnung der Gerichtspersonen» en bevatten dezelfde gronden op dezelfde wijze in acht te nemen voor de rechters als de civiele Strafprocessordnung; terwijl over de personen met het vooronderzoek belast, de Gerichtshcrr beslist. Zie uitvoerig Stenglein, Kommentar zur Militarstrafgerichtsordnung, blz. 74—87. Vermelding verdient de sub 4 in § 122 genoemde grond: «wer in der Sache als Gerichtshcrr, als Untersuchungsführer im Ermittelungsverfahren, als Vertreter der Anklagc oder als Vertheidiger thatig gewesen ist, oder als Vorgesetzter den Thatbericht (onze klacht) eingereicht hat.»

2) § 51 Militarstrafgerichtsordnung. Volgens §52 mag in het geval, dat één Kriegsgerichtsrath meewerkt, het Gericht niet meer dan een jaar vrijheidsstraf opleggen.

Wanneer een officier beschuldigde is, wordt het college overeenkomstig zijn rang samengesteld. Zie §§ 50 en 51 Militarstrafgerichtsordnung In hooge rangen is niet streng vastgehouden aan het beginsel, dat een mindere nooit rechter over zijn meerdere mag zijn.

Allerhöchste Anordnung van 28 Dcc. 1899. (Armee-Verordnungsblatt, blz 4.)

Sluiten