Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„e. Voorzooveel de benoeming tot lid van den krijgsraad niet moet geschieden volgens de regelen daaromtrent vastgesteld in de Rechtspleging bij de Landmacht en hiervoren aan het slot van punt <1, wordt het lidmaatschap volgens een hiertoe te houden rooster.

„ƒ. De niet onder punt b vallende leden van den krijgsraad zijn op de dagen der zittingen van dien raad vrij van alle andere diensten dan de evenbedoelde, aan de militaire justitie te bewijzen, en wel tot na den afloop dier zittingen; met dien verstande, dat ook deze vrijstellingen geen officier ontheft van het bij hem berustend algemeen administratief, huishoudelijk en disciplinair toezicht en commando over een korps of een onderdeel ervan. Op dagen, waarop de zitting van den krijgsraad uitsluitend voor resumtie en pronunciatie is gewijd, vangt de bovenbedoelde vrijstelling van dienst eerst een uur vóór den aanvang dier zitting aan.

„g. De rooster, welke ter voldoening aan het bepaalde sub a l) en (•■ moeten worden gehouden, moeten in dier voege zijn ingericht, dat de diensten, door de officieren aan de militaire justitie te bewijzen, zooveel mogelijk gelijktijdig worden waargenomen door officieren van de verschillende wapens, die in het betrokken garnizoen voor die diensten in aanmerking komen."

Volgens een Ministerieele Aanschrijving van 28 Juli 1825 zijn officieren van de maréchaussee vrijgesteld van het zitting nemen in een krijgsraad, terwijl eene Ministerieele Aanschrijving van 5 Augustus 184B bepaalt, dat eerst-aanwezende officieren der genie en officieren belast met het materieel der genie of artillerie wel zitting nemen. Daarentegen bepaalt een Ministerieele Aanschrijving van 17 Juli 1900, dat officieren van gezondheid en militaire apothekers niet dan ingeval van bepaalde noodzakelijkheid zitting nemen. Eene Ministerieele Aanschrijving van 9 Februari 1898 houdt in, dat „wanneer in een garnizoen geen voldoend aantal officieren aanwezig is om, op grond van art. 19 van de Rechtpleging bij

') Sub a is van geen rooster sprake, alleen van «bij toerbeurt» ; natuurlijk volgt hier uit, dat een rooster aangehouden wordt, doch deze eischen «bij toerbeurt» en de sub g genoemde gaan lang niet altijd samen. «Bij toerbeurt» kan men volgens den rooster, met voorbijgaan van de wettig verhinderden, aanwijzen of wel dengenc, die het langst vrij geweest is, benoemen. Volgens beide methoden kunnen daardoor officieren van hetzelfde wapen de aangewezen zijn, hetgeen strijdt met de eischen sub </.

Sluiten