Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Landmacht, tot commissaris te worden benoemd, de garnizoenscommandant daarvan mededeeling zal doen aan den commandant van het militair arrondissement, waartoe het garnizoen behoort en laatstgenoemde zal vervolgens, zoo noodig na overleg met den bevelhebber in de militaire afdeeling M het garnizoen aanwijzen, waaruit in de bovenbedoelde behoefte zal worden voorzien, en aan den garnizoenscommandant aldaar de noodige bevelen geven."

De wet schrijft niet voor, dat de leden, wanneer beklaagde een officier is, van een hoogeren rang dan, althans van een gelijken rang als de beklaagde moeten zijn; in de praktijk huldigt men echter den Franschen regel, dat de mindere nimmer rechter van den meerdere kan zijn. De navolgende voorschriften, behelzende de gronden van uitsluiting, wraking of verschooning, verdienen onze aandacht. Tot lid van den krijgsraad (officier-commissaris) mogen niet benoemd worden: lc zij, die den beschuldigde bestaan in den zesden of naderen graad van bloedverwantschap, tegenwoordige of voormalige zwagerschap; 2° zij, die elkaar of den auditeur-militair tot in den vierden graad van bloedverwantschap of zwagerschap bestaan; 3P zij, die in de zaak van den beschuldigde eenigen raad of advies hebben gegeven; 4° zij, die, of zelve onwetende, of onbedacht, of indirect ontvangen hebben eenige giften, gaven of geschenken of toezegging daartoe, van den beschuldigde of van zijnentwege op een tijd, dat de zaak, waarover gehandeld wordt, reeds bij den krijgsraad was gebracht of waarschijnlijk gebracht zoude worden, ook al zijn die giften middellijk ontvangen; 4° zij, die tegen den beschuldigde een proces voor eenigen rechter aanhangig mochten hebben; 4e zij, die in eene bijzondere betrekking tot den beschuldigde staan als uit hoofde van bijzondere vriendschap, gemeenschappelijke belangen, haat, vijandschap, enz.; 5e zij, dieeenigszins in de zaak betrokken zijn of deswege klachten hebben ingebracht*).

Uit het vorenstaande is het duidelijk, op welke wijze de officierencommissarissen, die met den auditeur-militair de instructie voeren, worden benoemd.

') Gelijk hiervoor in noot 1 blz. 120 is meegedeeld, is de commandant van het militair arrondissement en de bevelhebber in de militaire afdeeling dezelfde persoon, zoodat eerstgenoemde zoo noodig overleg met zichzelf raadplegen moet! *) Artt. 21, 37, 145—150 R. L.

Sluiten