Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De auditeur-militair is openbaar aanklager, secretaris van den krijgsraad, rechtskundig adviseur van den krijgsraad en verdediger van den beschuldigde. Hij moet den graad van doctor in de rechtswetenschap aan eene onzer universiteiten verkregen hebben en wordt door den Koning „voor onbepaalden tijd, docli tot kennelijk wederzeggen" benoemd.

De krijgsraden oordeelen in eerste instantie over alle aan den militairen rechter onderworpen personen, die geen hoogeren rang dan van kapitein bekleeden, behalve le over de officieren, die liet bevel gevoerd hebben over eenig vestingwerk, dat aan den vijand is overgegeven; 2e over de auditeurs-militair; 3e over de kommiezen van 's lands magazijnen en arsenalen en 4° alle militairen, die zich ten purge stellen. Deze laatste categorien, benevens de opper- en hoofdofficieren staan in eersten aanleg voor het Hoog Militair Gerechtshof terecht.

Sedert de wet van 4 Juni 1858 (Stbl. n°. 45) bestaat het Hoog Militair Gerechtshof uit zeven leden, de President daaronder begrepen, te weten: drie rechtsgeleerden, twee officieren van de zeemacht en twee officieren van de landmacht, terwijl een AdvocaatFiscaal het Openbaar Ministerie waarneemt en een rechtsgeleerde als Griffier het Hof bijstaat. De President is altijd een rechtsgeleerde. De rechtsgeleerde functionarissen worden voor het leven door den Koning aangesteld. Ook de militaire leden worden door den Koning benoemd voor onbepaalden tijd. Waarom niet voor het leven? Wellicht was de bedoeling officieren te benoemen, die na eenigen tijd naar den troep terugkeeren; de praktijk is, dat de militaire leden op dezelfde wijze lid blijven als de rechtsgeleerde leden.

De gronden van uitsluiting, wraking en verschooning komen overeen met die voor de krijgsraden bepaald. Men moet den ouderdom van 30 jaar om tot lid en dien van 25 jaar om tot griffier benoembaar te zijn, hebben bereikt. De rechtsgeleerde leden mogen geen andere „ambten of bedieningen, welke hun werkzaamheden verschaffen of waarvoor zij bezoldigd mogten worden" '), waarnemen. Minstens vijf leden moeten zitting hebben genomen in elke zaak, terwijl, indien de beschuldigde tot de landmacht (zeemacht) behoort, er één militair lid behoorende tot de landmacht (zeemacht) deel van het oordeelende college uitmaken moet.

') Art. 4 der Provisioneele Instructie.

Sluiten