Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl nu in Frankrijk alleen militairen deel hebben aan de rechtspraak en ten onzent de krijgsraden enkel door militairen bezet zijn, met een rechtsgeleerden auditeur als secretaris en adviseerend lid, bestaan in Duitschland, met uitzondering van de „Standgerichte," slechts gemengde colleges, in samenstelling met ons Hoog Militair Gerechtshof overeenkomende. Alle militaire leden bekleeden den rang van officier, behalve in Frankrijk, waar één onderofficier zitting neemt, ingeval een onderofficier of mindere beschuldigde is.

In welke hoedanigheid maken de militairen nu deel uit van de rechterlijke colleges. In Frankrijk, waar men de jury kent'), noemt men de leden der conseils de guerre ter kenschetsing van hunne hoedanigheid „juges-jurés." „Ce sont d'abord," aldus Victor Jannesson 2), „des jurés, lorsqu'ils ont a se prononcer sur la culpabilité; ils deviennent, ensuite, des juges, lorsqu'ils ont a se prononcer sur 1'application «Ie la peine." Omdat deze laatste functie — „1'application de la peine* — daar tot de taak van een „juge" behoort, is dit daar niet onjuist. Met onze begrippen van de taak eens rechters, is het beter hunne hoedanigheid als die van een rechter te qualiflceeren. In Duitschland, waar men de „Schöffengerichte" heeft;)), kan men de gemengde militairrechterlijke colleges wellicht het best vergelijken met deze „Schöffengerichte." Wel zegt Rehm'): „Sie sind nicht Geschworene und nicht Schoften, d. h. sie kommen nicht als Laienrichter in Betracht. Ihr Analogon haben sie vielmehr in den aus den Reihen der Kaufleute genonimenen Handelsrichtern der Zivilgerichtsbarkeit. Wie diese, sind sie sachverstandige Richter; wie diese, von den juristischen Beisitzern sich nur dadurch unterscheidend, dass ihre Berufung zum Amte uur eine zeitlich begrenzte, nicht eine zeitlich unbestimmte ist. Doch Reiim, die nog al bijzondere beschouwingen erop nahoudt ■'),

') Zie hiervoor blz. 90.

•') Rt'lonne des conseils de guerre et revision de la jurisprudence militaire (2e ed.) blz. 69, noot 1. Zie ook Taillefer, t. a. p. blz. 274 vlg. in gelijken zin.

:l) Zie hiervoor blz. 91.

') Wesen und oberste Principien der neuen Militiirgerichtsbarkeit. (Zeitsehrift fiir die gesamte Strafrechtswissenschaft, XIX blz. 438).

5) Deze meerling is ook toegedaan W. Mittermaier, Die Militarstrafgerichtsordnung vom 1 Dezember 1898 (Zeitsehrift fiir die gasamte Strafrechtswissensehaft, XIX blz. 563 vlg.)

Sluiten