Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arrondissementen wijst de garnizoenscommandant, die tevens de hoogst of oudst in rang zijnde korpscommandant ter plaatse is, de leden aan, zoodat hier, voorzoover de leden tot het korps van den garnizoenscommandant behooren, dezelfde nauwe betrekking bestaat als in Frankrijk en Duitschland ')•

Dat de chef in geen enkel geval rechtstreeks kan ingrijpen en derhalve tijdens de procedure onmiddellijken invloed op de rechters kan uitoefenen, spreekt van zelf. In zooverre is juist, wat § 18 der Militiirstrafgerichtsordnung zegt: „Die erkennende Gerichte sind unabhangig und nur dem Gesetz unterworfen;" docii terecht teekent Stenglein 2) op deze paragraaf aan: „Bezüglich der materiellen Entscheid unycn als Richter ist kein militiïrischer Richter, sei er Offizier oder Militiirbeambter den Weisungen eines Vorgesetzten unterworfen." Verder gaat hunne onafhankelijkheid niet. Buiten de terechtzitting is de militaire rechter weer ondergeschikte en verplicht alle aanwijzingen te volgen. En nu wil ik terstond zeggen, dat de chefs gewoonlijk hun rechtstreekschen invloed noch voor, noch tijdens, noch na de terechtzitting zullen doen gelden, maar zij kunnen het, de mogelijkheid bestaat, dat zij het doen. Dit reeds is te verwerpen. Maar ook zonder dat zij het willens en wetens doen, kan door hen in dien zin invloed uitgeoefend worden, dat hunne ondergeschikten zich meenen te moeten houden aan hunne wellicht toevallig geuite meening of verlangen. In den dienst wordt steeds aan die meening, aan dat verlangen voldaan, zou deze gewoonte den ondergeschikterechter geen parten spelen? „Quot qualitates, tot personae is theoretisch misschien te verdedigen; wie in de praktijk ziet, komt tot de conclusie, dat, als men in 'JO van de 100 gevallen eenvoudig zonder redeneeren de meening of het verlangen van den chef moet opvolgen, in de overige gevallen niet plotseling eene zelfstandigheid ontstaat, voldoende om weerstand te bieden aan die meening of dat verlangen. Men benoemt den civielen strafrechter voor liet

') Wijl in Frankrijk en Duitschland do autoriteit, die den rechter aanwijst, óók chef van den beschuldigde is, terwijl dit hier te lande alleen het geval is, wanneer de beschuldigde tot het korps van den garnizoens-commandant behoort, heeft de autoriteit, al is hij ook chef van den rechter, nog niet altijd belang bij de zaak, omdat de beschuldigde niet alleen tot een ander korps of wapen, maar zelfs tot een ander garnizoen kan behooren.

*) Kommentab, t. a. p. blz. 19.

Sluiten