Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natur seien und die bürgerlichen Vergehen, welche von Angehörigen der Armee begangen werden, immerhin auch die dienstliche Stellung des Thaters berfthren" ')•

Naar mijne bescheiden meening moet voor alles „die Garantie gegeben sein, dass sich die Urtheile mit dem Hecht nicht etwa in Widerspruch setzen." Doch, wat te zeggen van de zelfstandigheid der militaire rechters, wanneer juist de samenstelling der colleges zóó gekozen wordt, dat de onafhankelijke rechtsgeleerden in de minderheid zijn tegenover de militaire leden? Immers, zoo Regeering niet van meening was, dat een militaire rechter in de eerste plaats militair moet zijn, zou zij niet steeds herhaald hebben, dat het militaire belang in handen van onafhankelijke rechters niet veilig was.

In Frankrijk denkt men in militaire kringen niet veel anders. Ook daar is men de meening toegedaan, dat de militaire belangen boven het recht gaan, hetgeen — om van andere aanwijzingen niet te spreken — helder gebleken is door de Dreyfus-affaire. Jannesson spreekt over deze verknochtheid aan het legerbelang — om geen ander woord te gebruiken — aldus2): „ils (les juges-jurés) ne peuvent être impartiaux, qu'en faisant sur eux-mêmes un eflort presque surhumain, qu'en oubliant, pour un instant, toutes les traditions de métier. II est bien difïicile, par exemple, pour un chef, d'admettre que certaines circonstances peuvent excuser, en partie, un acte portant atteinte a la discipline. Dans cecas particulier, pour ne citer que celui-la, leur conscience de militaire leur dit, qu'il faut frapper impitoyablement, et leur conscience d'homme peut leur dire qu'ils devraient user d'un peu d'indulgence, par suite des circonstances déterminantes, qui ont pu surexciter 1'inculpé .... Pour qui connait bien 1'esprit de l'armée, oü le chef ne souffre

') Ook dr. WEI8L, t. a. p. blz. 8, draaft op zijn stokpaardje door: Die Militarrichtcr sollen suldntisch donken und fühlcn, dass heisst: gerade aus, ritterlich, ungekünstelt. Grosse juriatische Kenntnisse sind für die meisten Falie in erster Instanz uenigcr nütliig als gesundes Denken und soldatisches Föhten.» Wat hij «soldatisch Denken» noemt, is juist naar mijne meening denken van een onafhankelijk persoon, b.v. van een civiet-rechterlijk ambtenaar. Dat gezond verstand en militair gevoel niet voldoende zijn om een goed rechter te zijn, heb ik niet meer te betoogen.

') T. a. p. blz. 69- 71.

Sluiten