Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijk op het militaire belang, dal bestaat in de handhaving van

den militairen rechter ').

lloe men nu ook wil redeneeren: allen, die meenen, dat het militair belang boven het rechtsbelang gaat, scheppen daardoor zich een partijiligeii rechter, een rechter, die niet onbevooroordeeld, maar gepraejudicieerd zijn zetel inneemt. Deelt men mijn gevoelen, dat rar/rfsbelang en militair belang altijd samenvallen, dat het militair belang steeds vorderen moet, dat het Recht zegeviere, al schijnt soms een oogenblikkelijk voordeel in het negeeren van dat Recht gelegen, — dan moet men den besten rechter willen en dat is wij hebben het zoo juist nog van mr. Pols vernomen — de rechtsgeleerde rechter. Men krijgt dan de meest mogelijke waarborgen voor een zelfstandigen, onafhankelijken, onpartijdigen rechter.

Is de militaire rechter — zoo luidt de tweede vraag — onafhankelijk ten opzichte van zijne ambtgenooten in hetzelfde college ?

Ik herinner eraan, dat alleen in Frankrijk onderofficieren aan de militaire rechtspraak deelnemen, overigens bekleeden de militaire rechters den officiersrang. Wel namen in Duitschland tot 181)9 minderen in de Kriegsgerichte zitting, maar men heeft om tweeërlei redenen in de Militarstrafgerichtsordnung militairen beneden den officiersrang uitgesloten, althans de soldaten. Eerstens, omdat „die Mehrzahl der zumeist in jugendlichem Lebensalter und auf einer mehr oder minder niedrigen Bildungsstufe stehenden Gemeinen dem Gange einer mündlichen gerichtlichen Verhandlung mit dem nöthigen Verstandniss schwer zu folgen vermag" 2). Tweedens, omdat — en dit geldt ook de onderofficieren — „zu befürchten ist, dass sie bei den geineinsamen Berathungen und demnachstigen Einzelabstimmungen gegenüber den als Richter mitwirkenden Officieren und richterlichen Justizbeamten die für einen Richter unentbehrliche Selbstandigkeit und Unbefangenheit des Urtheils in der Mehrzahl

nicht besitzen würden" a).

In Frankrijk werd, vooral bij liet ontwerp van 1829 '), getwist

') Ia zijn praeadvies. Handelingen 1900, I t»lz. 373 vlg. Ik moet mij beperken en kan daarom zijne en vele andere uitspraken niet meedeelen.

2) Van veel gewicht is dit niet, als men bedenkt, dat de stukken bij het schriftelijke proces werden voorgelezen.

•') Begründung des Kntwurfs. Materialien, t. a. p. blz. fila.

J) Zie hiervoor blz. G2.

Sluiten