Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de vraag, of onderofficieren en ook officieren beneden den kapiteinsrang zitting mochten nemen. Men beweerde, dat den onderofficier eene onafhankelijke positie ontbrak; „votant sous 1'oeil de ses chefs, il retombait au sortir du tribuual sous leur autorité a peu prés sans limite" ')• En „les grades de lieutenants et de sous-lieutenants, disait assez sévèrement le rapporteur, sont des grades qu' 1'on Iraverse dans la première jeunesse, a 1'époque de 1'ambition, dans toutes les illusions de 1'avenir, dans toutes les espérances d'un avancement quil fuut hiïter a tout prix pour qu'il y ait quelque chance d'aspirer plus liaut. C'est au grade de capitaine que commence 1'indépendance relative" 2). In 1857 was de strijd niet minder, de voorstanders van het „élément démocratique" verkregen, dat de luitenants en de onderofficieren in den krijgsraad bleven.

Wij hebben gezien, dat er eenige waarborgen voor onpartijdigheid in de verschillenden wetgevingen zijn opgenomen, die ook in de civiele rechtspleging gewoonlijk aangetroffen worden, en aanleiding tot uitsluiting, wraking of verschooning van enkele personen uit den krijgsraad geven. Zij betreffen echter meestal de verhouding van de leden tot den beschuldigde, alleen de uitsluiting op grond van bloedverwantschap betreft ook de leden onderling.

Of overigens een bataljonscommandant met een of meer zijner kapiteins en luitenants deel uitmaken van hetzelfde college, zoodat die leden geheel afhankelijk van en ondergeschikt aan elkaar zijn buiten den krijgsraad, is door den wetgever van minder belang geacht. Deze niet-zelfstandigheid is van nog grooter belang dan de afhankelijkheid der leden van de autoriteit, die hen aanwijst, omdat deze slechts middellijken invloed kan uitoefenen, terwijl de luitenant in tegenwoordigheid van zijn kapitein en zijn majoor zijne meening moet verklaren en met hen beraadslaagt.

Nu ben ik van meening, dat de zelfstandigheid het geringst is bij de bekleeders van hoogeren rang en wel 0111 deze reden: een luitenant komt soms over tien of meer jaren eerst in aanmerking voor een hoogeren rang, die in verreweg de meeste gevallen volgens anciënniteit verkregen wordt. Eerst als hij heel wat op zijn kerfstok heeft, wordt hij gepasseerd. Eer voor hem eene bevordering

') Taillefer, t. a. j>. blz. 126.

*) Rapport du duc de Brogue. Moniteur de 1829. Séance de 9 mai.

Sluiten