Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorming, der hiërarchische verhouding, maar vindt hare oorzaak in jeugdigen leeftijd en onkunde". De heer Collette wil de oorzaak in jeugdigen leeftijd en onkunde zoeken. Hij wil geen jonge luitenants zitting laten nemen, doch vergeet, dat zij meer dan eens tijdelijk compagnies-commandant zijnen dan zelfstandig een „Strafgewalt" bezitten, dat in Duitschland ') veel gewichtiger werd geacht dan liet lidmaatschap van een krijgsraad. En onze jonge luitenants kennen het militaire recht zeker niet minder dan hunne oudere collega's, die wel andere wetenschappen te beoefenen hebben dan het strafrecht, wat velen nooit anders te pas komt dan als officier-commissatis ).

De kolonel Koolemans Beunen vergeet dat er bewust en onbewust pressie kan uitgeoefend worden. Dat men van het laatste niet hoort, is begrijpelijk. Doch ook bewust geschiedt het; mij tenminste is het eenmaal overkomen en een enkel ander geval kwam mij ter oore. Ik zou het ook onwaarschijnlijk vinden, dat hier niet gebeurde, waarover elders veel geklaagd wordt^3).

Ik kom nu tot de derde vraag: kan de militaire rechter zijne zelfstandigheid tegenover de justiciabelen bewaren? Naar mijne meening moet deze vraag, in tegenstelling met de eerste twee, bevestigend beantwoord worden. Er zijn in de wetgevingen, vooral met het oog op de verhouding van rechter en beschuldigde, een aantal bepalingen opgenomen, die ten doel hebben onpai tijdigheid jegens de justiciabelen te waarborgen. Dat chefs van den beschuldigde zitting in den krijgsraad knnnen nemen, heeft voor- en nadeelen,

') Von Vollmar, het sociaal-democratisch lid van den Rijksdag, diende met zijne partijgcnooten een amendement op§ 40der Militarstrafgerichtsordnung in, ten doel hebbende, dat slechts meerderjarigen als «Richter» zouden kunnen optreden. Dit amendement werd van verschillende zijden, niet op staatkundige grond'jn, bestreden, o. a. door den Kriegsminister Von Gossleb, de afgevaardigden Dr. Von Levetzov, Freiherr Von Stumm. Men wees o. in. erop, dat zoo n jeugdigen officier wel tijdelijk compagnies-commandant kon zijn. Het amendement werd dan ook verworpen. Stenographische Berichte blz. 117—121.

*) In gelijken zin dc generaal Den Beek Poortugael in zijn pracadvies.

Handelingen (1881), I blz. '227.

3) Van Rossum in zijn Pracadvies, t. a. p. blz. 185 zegt dan ook: Eigenlijke deliberaties worden in den krijgsraad hoogst zelden gehouden, ook omdat vrij algemeen de meening heersehende is, dat de oudere leden daardoor invloed zouden uitoefenen op het oordeel der jongeren en zulks in strijd zou wezen met art. 172 R. Z.» (Ik cursiveer hier.)

Sluiten