Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omstandigheden, die nu eens beter achterwege blijven, dan weer gunstigen invloed uitoefenen. Men zal evenwel in dit opzicht de zelfstandigheid voldoende gewaarborgd vinden.

De conclusie moet dus luiden, dal de militaire rechter in Frankrijk, Duitschland en ons land de zelfstandigheid, de onafhankelijkheid en de onbevangenheid, voor een goed rechter vereischt noch bezit, noch kan bezitten.

Naast de eischen van zelfstandigheid staan de eischen van bekwaamheid. Ten deele vormen zij den grond, waarop zelfstandigheid mogelijk is. Wij hebben nu na te gaan, of de militaire rechter bezit: a. eene grondige kennis van het recht, hetwelk hij moet toepassen; b. bekwaamheid om zich eene juiste voorstelling te maken van de feiten, die aan zijn oordeel worden onderworpen en c. bedrevenheid, om den juisten rechtsregel te vinden en toe te passen ').

Ad a. Bezit de militaire rechter een grondige rechtskennis? Sedert lang is hij alleen sthifrechter en past als zoodanig, naast het militaire strafrecht, het civiele strafrecht toe volgens de strafrechtelijke beginselen. Hij moet dientengevolge dezelfde rechtskennis bezitten als de gewone strafrechter2). Kan deze nu volstaan met de kennis van het strafrecht? Of hangt dit deel der rechtswetenschap zoo nauw met de andere deelen samen, dat men het eene niet kan toepassen zonder kennis van het andere? Laat ons zien.

Wanneer de heer Collette s) betoogt, dat bij het strafrecht kennis van menschen en toestanden meer op den voorgrond treedt dan uitgebreide rechtskennis, zoo veigeet hij de onderscheiding van de feitelijke en de rechtsvraag in elke strafzaak en dat men met de meest uitgebreide kennis van menschen en toestanden geen haar-

') Zie hiervoor blz. 112—114.

Volgons prof. Pols, Praeadvies, t. a. p. blz. 251, blijkt uit de jurisprudentie van liet H. M. G. voldoende, «dat het aantal twistvragen betreffende het geinccne strafrecht zoowel wat aantal als moeilijkheid betreft, niet in vergelijking kan treden mot die welke de toepassing van het militaire recht betreffen.« Weliswaar draagt de slechte redactie onzer militaire wetboeken daartoe bij.

:!) t. a. p. Verslagen, blz. 480. Daarentegen zegt hij met den heer Van Dijk in Militaire Rechtspleging, Handleiding enz., blz. 149: «De adviezen van den auditeur militair moeten ingewonnen, doch ook gewikt en gewogen worden. Men toctse ze nauwgezet aan het recht en de billijkheid, door wrijving van gedachten gaat eindelijk het volle licht op. Zelfstandigheid is eene karakter-

Sluiten