is toegevoegd aan uw favorieten.

Militaire rechtspleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breedte vordert in de oplossing der rechtsvraag. Nadat de rechter zich de noodige feitenkennis heeft verworven, waartoe kennis van menschen en toestand zeer dienstig is, moet hij door middel van zijne rechtskennis verder komen. Op deze rechtskennis nu komt

het voor ons aan.

Het behoeft geen lang betoog, dat de kennis van het strafrecht alleen niet voldoende is om het toe te passen. Eerstens toch, omdat „een wetboek geen leesboek is, omschrijvingen zijn dus, waar ze niet bepaald noodzakelijk waren, achterwege gelaten" ') m. a. w. het strafwetboek veronderstelt, dat degenen, die het moeten toepassen, van elders juridische kennis hebben verworven. Zoo zal men de bewijsleer ten deele moeten putten uit het privaatrecht. Maar in de tweede plaats, omdat een aantal strafbare feiten niets anders zijn dan krenking van het privaatrecht, dat tusschen de individuen verhoudingen schept. Zoo is diefstal krenking van het eigendomsrecht. En in de derde plaats bestaan er strafbare feiten, waarvan de onrechtmatigheid of wederrechtelijkheid afhangt van eene publiek rechtelijke verhouding. Zoo b.v. verzet tegen ambtenaren, waarbij de vraag, of men al of niet met een ambtenaar te doen heeft, overwegend is, eene vraag van publiek-rechtelijken aard -).

Men neme onze jurisprudentie der laatste jaren b.v. om nu maar het buitenland een oogenblik te laten rusten en bij tal van rechterlijke uitspraken zal blijken, dat men zonder kennis van het privaat- en publiek recht de cardo quaestionis niet kan vatten. Het strafrecht hangt zoo nauw samen met het recht in het algemeen, dat voor eene juiste toepassing van het eerste kennis van het laatste onmisbaar is 3).

eigenschap, die in het algemeen in het leger met onverdroten zorg aangekweekt behoort te worden, docli indien xij niet steunt op voldoende xaakkennis, hier ten aamien der militaire rechtswetenschap, zal zij op den duur blijken te wezen een ijdel sehijnvertoon, dat in de omgeving geen vertrouwen wekt eu zich oplost in een onbekookt «neen» of «ja (Ik cursiveer.)

') Memorie van toelichting bij het Wetboek van Strafrecht.

'j Zie b.v. het vonnis van den krijgsraad te Arnhem van 18 September UK L in bet Weekblad van het Hecht 11". 78.">4, waarin militairen moesten oordeelen over de moeilijke vraag van machtsdelegatie.

■') Prof. mr. Simons uitte zich in het debat met den kapitein COLLETTE in de Vereeniging ter beoefening van de krijgswetenschap op 28 Maart 1901 in denzelfden zin: «En zoo zijn er tal van vragen, die zich ook bij de militaire