Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

do functie van Gerichtsherr vervult. „II est, en effet, un principe qui domine toute la procédure militaire, c'est que le général commandant la circonscription est le chef et le directeur de 1'action publique, lui seul peut la mettre en mouvement" '). Hetzij rechtstreeks, hetzij na een ophelderend onderzoek door een „officier de police judiciaire", geeft hij „suivant son appréciation et 1'inspiration de sa conscience" last tot vervolging dan wel tot buitenvervolgingstelling. In afwijking van den Code d' instruction criminelle neemt hij de functies van het Openbaar Ministerie en van de „chambre de mise en accusation" waar. Bij de totstandkoming van den Code de justice militaire werd levendig gedebatteerd over deze competentie. Van de eene zijde vreesde men misbruik van macht, zoo de generaal niet tot vervolging verplicht was; van den anderen kant beriep men zich op de geldende wet van brumaire an V, waarin hetzelfde beginsel heerschte, ook in de praktijk, n.1. dat zooveel mogeljjk naar den krijgsraad werd verwezen, doch de generaal het recht had den beschuldigde buiten vervolging te stellen -'). Deze laatste meening zegevierde, doch bij de ministerieele instructie van 28 Juli 1857 werd bepaald, dat de generaal zijne buitenvervolgingstelling aan den Minister van Oorlog moet inotiveeren. Daardoor wordt veel willekeur uitgesloten. Toch bleef den generaal-bevelhebber eene competentie over, die meer dan eens te groot bleek voor eene autoriteit met veel gezag, doch doorgaans met weinig rechtskennis toegerust. „II semble difficile d' admettre" — aldus Taillefer3) — „qu'un seul homme puisse, quelles que soient d'ailleurs les garanties que présentent son incontestable honorabilité et la haute dignité dont il est revêtu, rester seul juge du mérite d'une plainte sans aucun recours possible; et qu' après une instruction, si elle est ordonnée, il décide seul de la mise en jugement de 1'inculpé." Daarbij komt, dat de generaal-bevelhebber dikwijls den

') Taillefer t. a. p. blz. 261.

2) Vooral ten aanzien van officieren gebeurde dit nogal eens en gaf dan ook tot klachten aanleiding. «Si 1'on compulse» zegt V. Foucher, Commentaire du Code, blz. 278 — «comrae j'ai été a même de le faire, les états depunition, les décisons des conseils d' enquête sur certains militaire», on reconnaitra combien de faits graves ont été expiés par des retraits d' emploi, des mises en nonactivité ou en réforme, ou même puiiis disciplinairement.»

3) T. a. p. blz. 372.

Sluiten