Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd mist om de zaak, aan zijne beslissing onderworpen, te onderzoeken. Zeker, hij zal een onderzoek — de instructie — doen instellen, maar krijgt nu te beslissen over de conclusiën van den rechter van instructie en van het Openbaar Ministerie, conclusiën, die niet zelden uiteenloopen. Hij zal dan, zelfden tijd niet hebbende, het onderzoek opdragen aan zijn chef van den staf, die bij gebrek aan tijd, een zijner ondergeschikte officieren er mee belast. Dus niet alleen, dat deze functiën om haar gewicht niet langer aan den generaal-bevelhebber kunnen worden opgedragen, maar hem ontbreekt zelfs de tijd, ze goed te vervullen. Taillefer slaat daarom voor, in elke circonscriptie eene „chambre des mises en accusation" op te richten, gevormd door eenige hoofdofficieren onder voorzitterschap van een generaal of kolonel, door den generaal-bevelhebber te benoemen. Deze „chambre" zou een onderzoek naar de klachten instellen, desnoods eene instructie provoceeren en daarna de stukken onderzoeken en den generaal-bevelhebber een gemotiveerd advies uitbrengen. Deze zou vrij blijven, doch moest zijne afwijkende beslissing van dit advies met redenen omkleeden ')• I'1 haar nieuw ontwerp heeft de Fransche Regeering dan ook eene belangrijke wijziging voorgesteld door „commissions d'accusation" te scheppen en door de wijze van in beschuldiging stellen anders te regelen. Gelijk reeds met een enkel woord, hoewel in ander verband, is aangestipt 2), wordt in het ontwerp voorgesteld een „corps des conseillers de la justice militaire" op te richten. Deze conseillers zullen meerdere rechtskennis bezitten en betrekkelijk onafhankelijk zijn tegenover den generaal-bevelhebber. Men wil nu in vredestijd voor geheel Frankrijk vier „commissions d' accusation" instellen, elk bestaande uit de drie hoogst in rang zijnde conseillers van het district. Deze commission zal in de zwaardere gevallen — crimes — na de instructie, over de „mise en jugement" beslissen, terwijl de rapporteur in de lichtere gevallen beslist en het Openbaar Ministerie bij buitenvervolgingstelling tegenover de „ordonnances du rapporteur" beroep op de commissie heeft. Bij „mise en jugement" moet de generaal den krijgsraad bijeenroepen. „On peut dire", zegt de commissie van samenstelling van het ont-

') T. a. p. blz. 373. 2) Zie hiervoor blz. 141.

Sluiten