Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevangen houden van den beschuldigde. Bedenkt men nu, dat de Rechtspleging bij de Landmacht onafhankelijk van de zwaarte der bedreigde straf, bij alle strafbare feiten, die niet disciplinair worden gecorrigeerd, de preventieve hechtenis toelaat, dan blijkt het gewicht dezer bevoegdheid. Niet alleen „vrees voor ontvlugting en soortgelijken", maar ook collusie en zelfs motieven van krijgstuchtelijken aard zijn voldoende voor preventieve gevangenhouding. Art. 15 der Wet van 14 November 1879 Stbl. 19] bepaalt, dat de tijd in preventieve hechtenis doorgebracht, wanneer eene veroordeeling tot gevangenisstraf of detentie is gevolgd, niet als diensttijd wordt medegerekend, zoodat zij nog bovendien verzwarende gevolgen kan hebben.

Ook tijdens het onderzoek van officieren-commissarissen kan de Plaatselijke of Garnizoenscommandant de preventieve hechtenis opheffen, althans wanneer de beschuldigde den ofliciersrang bekleedt. Met betrekking tot minderen bestaat hieromtrent twijfel.

De Plaatselijke of Garnizoenscommandant van de hoofdplaats van het militair arrondissement benoemt de leden voor den krijgsraad, zooals hiervoor x) reeds is aangeduid, en roept dien bijeen binnen 24 uur, nadat hem het rapport betrekkelijk den afloop deiinformatie voor officieren-commissarissen heeft bereikt (artt. 31 en 129 van de Rechtspleging bij de Landmacht.) Is deze informatie buiten de residentie van den krijgsraad gehouden, dan zendt de betrekkelijke Plaatselijke of Garnizoenscommandant de stukken aan den auditeur-militair, die, wanneer de beklaagde in de residentie is aangekomen, daarvan kennis geeft aan den Plaatselijken of Garnizoenscommandant der residentie en, zoo geen nadere verhooren noodig zijn, hem verzoekt den krijgsraad bijeen te roepen. Zoodra de krijgsraad van de zaak gesaisisseerd is, heeft de Plaatselijke of Garnizoenscommandant geen andere taak dan de bijeenroeping van den krijgsraad. Hij mag geen beschikkingen ten aanzien van de preventieve hechtenis meer nemen. Behoort nu de beklaagde tot het garnizoen, waarin de krijgsraad wordt gehouden, dan vallen alle hiervoor genoemde functiën den Plaatselijken of Garnizoenscommandant ten deel, die echter door de verplichte adviezen van den auditeur-militair, in werkelijkheid veel van zijne „exorbitante

') Blz. 120 vlg.

Sluiten