Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anklageverfügung van den Gerichtsherr, welke de basis voor het verdere proces vormt, wordt door den Vertreter der Anklage een Anklageschrift opgesteld en onderteekend, waarin de voorhanden bewijsmiddelen en de feitelijke resultaten van het gehouden Ermittelungsverfahren vervat zijn en die als eene aanvullende toelichting op de Anklageverfügung is te beschouwen. Zoowel de Anklageverfflgung als de Anklageschrift worden aan den beschuldigde bekend gemaakt. In de „Hauptverhandlung" neemt de Vertreter der Anklage de plaats in, welke in het civiele strafproces aan den Staatsanwalt — het Openbaar Ministerie — toekomt, met dien verstande, dat hij, onmiddellijk ondergeschikt aan den Gerichtsherr, diens aanwijzingen heeft te volgen. Ilij mag aan getuigen en deskundigen rechtstreeks vragen stellen. Bij incidenten wordt in den regel zijn advies gevraagd. Nadat de verhooren afgeloopen zijn (Nach dem Schlusse der Beweisaufnahme), houdt hij zijn requisitoir en kan, na het pleidooi van den beschuldigde of diens verdediger, repliceeren. De beschuldigde heeft echter het laatste woord. Wanneer de Vertreter der Anklage verklaringen afgeeft of mededeelingen doet, noch met den Gerichtsherr tevoren besproken en vastgesteld, noch in overeenstemming met den stand der zaak, dan zijn deze verklaringen of mededeelingen toch tegenover het Gericht en de in het proces betrokken personen bindend. Alleen is hij dan aan den Gerichtsherr verantwoording schuldig.

Terecht worden de Untersuchungsführer en de Vertreter der Anklage Organe des Gerichtsherrn genoemd. Deze beschikt over een aantal hem toegevoegde MilitSrjustizbeamte (Gerichtsofïiziere) om hem in justitieele zaken ter zijde te staan. Naar buiten is de Gerichtsherr verantwoordelijk; de MilitSrjustizbeamte hebben zijne „Weisungen" op te volgen. „Sie sind also auch der Disciplin unterworfen und werden zur Disciplin erzogen. Die nothwendige Folge hiervon ist, dass, wenn der Gerichtsherr im Laufe des Verfahrens etwas bestimmt will, der ihn berathende Oberkriegs- oder Kriegsgerichtsrath in gewisser Procentzahl bemüht sein wird, dies mit Scheingründen einigermassen juridisch zu recht fertigen, nicht aber sich im erster Linie zu fragen: Was entspricht meiner rechtlichen Ueberzeugung. Man weist natürlich hiergegen auf § 97 Abs. 2 und 3 hin. Die Verwahrung, welche ein zur Disciplin Erzogener gegen den Gerichtsherrn und Befehlshaber, der die ganze Zukunft

Sluiten