Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kompas steunen, te vervangen door mannen, die ook zonder dit kompas streek houden ') ?

Tijdens de informatiën vervult de auditeur-militair alleen den rol van secretaris van de officieren-commissarissen 2). Eerst bij de behandeling in den krijgsraad treedt hij op als „openbaar aanklager", eene functie die eigenlijk bij het inquisitoriale proces niet bestaat, waar de rechter onderzoekt en vonnist en beklaagde voorwerp van onderzoek is. Doch het zuiver inquisitoriale proces was met de Fransche revolutie afgeschaft en men herinnere zich, dat Petrus Wierdsma, de vader van het Reglement van 20 Juni 1799, de Fransche wetgeving van 1791 —1796 had geraadpleegd en dat dit Reglement later veel invloed heeft gehad bij de totstandkoming onzer militaire wetgeving, om te verklaren, hoe de openbare aanklager eene plaats in ons militair strafproces heeft gevonden. Dat Wierdsma in 1799 en de cornmissien van 1807 en 1813 4 nog geen juist begrip van diens positie hadden, blijkt wel hieruit, dat men hem tevens secretaris en adviseur van den krijgsraad maakte.

Met de officieren-commissarissen stelt hij de vraagpunten, door hein ontworpen 3), vast, teekent de verhooren op en staat officierencommissarissen in tal van handelingen bij. De bevoegdheid van den auditeur-militair juist aan te geven, ook tegenover de officierencommissarissen, is met het oog op de slechte redactie van ons wetboek onmogelijk. Zoo zegt art. 79 R. L. „Commissarissen zullen

') Terecht zeggen de heeren Collette en Van Dijk, t. a. p. blz. 148/9. «Hoe minder de officieren-commissarissen zich bepalen tot het aannemen der lijdelijke rol van Beisitxer doch xelfstandig en uitgerust met roldoende kennis optreden, des te meer is eene deugdelijke rechtspraak gewaarborgd » (Zij cursiveeren.) Alleen is het jammer dat zij noch xelfstandig noch uitgerust met voldoende kennis kunnen optreden, evenmin als de militaire rechter in 't algemeen. Zie hiervoor § 2.

2) Collette en Van Dijk, t. a. p. blz, 148, zijn van meening, dat hij «reeds tijdens de informatiën de functiën van secretaris en «openbaar aanklager» vervult,» doch voegen onmiddellijk er aan toe «uitdrukkelijk is dit echter nergens vastgesteld.» Hun beroep (zie noot 2 aldaar) op de woorden «ten einde het noodige te verrichten» van art. 36 R. L., komt mij minder juist voor, daar volgens art. 35 R. L. de Plaatselijke of Garnizoenscommandant de vervolger is en de aangehaalde woorden in art. 30 R. L. betrekking hebben op hetgeen de auditeurmilitair als secretaris van officieren-commissarissen moet verrichten, speciaal het in artt. 45-47 R. L. bepaalde.

3) Artt. 45-47 R. L.

Sluiten