Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het militaire strafproces dezelfde rechten als in 't civiele strafproces hebben en kunnen uitoefenen.

In Frankrijk kan de beschuldigde, evenals in het civiele strafproces, een verdediger kiezen en wel uit de „avocats ou avoués", uit de militairen en met toestemming van den président du conseil de guerre uit zijne bloedverwanten of vrienden 1). In 1857 had de commission du corps législatif de uitsluiting van militairen gewild, doch dit voorstel werd verworpen. Indien geen verdediger gekozen is — de commissaire du gouvernement waarschuwt den beschuldigde, dat hij het recht heeft om een verdediger te kiezen — wordt ambtshalve een verdediger door den président du conseil toegevoegd 2). Sedert de wet van 15 Juni 1899 de bepalingen van de wet van 8 December 1897 bij de militaire procedure ook toepasselijk heeft verklaard, zijn de rechten van de verdediging belangrijk uitgebreid. Terwijl vroeger minstens drie dagen voor de behandeling ter terechtzitting, maar na de sluiting der instructie en na de bekendmaking van de „ordre de mise en ju ge ment", de verdediger werd aangewezen of gekozen en het recht van verkeer met den beschuldigde en inzage van het dossier verkreeg, heeft de beschuldigde nu in het militair proces dezelfde voorrechten, die de wet van 8 December 1897 voor het civiele strafproces aan den beklaagde geeft.3) Evenwel in de praktijk met onderscheid. Immers deze wet heeft betrekking op de „instruction préalable" en bepaalt, dat „après la première coinparution devant le juge d'instruction" het recht op een verdediger ontstaat. Nu wordt de civiele beschuldigde met uitzondering van het politieverhoor terstond door den juge d'instruction ondervraagd, terwijl in het militaire proces — gelijk we gezien hebben 4) — de rapporteur, die den rol van juge d'instruction vervult, de eigenlijke instructie niet leidt, maar slechts het werk van den officier de police judiciaire controleert. „ L'inforination préalable" — zegt

') Art. 110 Code de justice militaire.

") Ingevolge de Ministerieele Instructie van '28 Juli 1857 moet van te voren eene lijst aangelegd worden door den président du conseil, bevattende de namen van hen, die als verdediger kunnen worden aangewezen. De commissaire du gouvernement wijst dan uit deze lijst er een aan ten einde tijd te winnen, omdat de président du conseil niet altijd tegenwoordig is.

3) Zie voor deze wet hiervoor blz. 94.

*) Blz. 169-170.

Sluiten