Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

militaire strafproces de keuze of de aanwijzing van een raadsman tijdens de instructie ook beperkt tot de „avocats ou avoués." Bij de totstandkoming van de wet van 1899 is hierover uitvoerig gesproken. „Vous priverez ainsi 1'officier ou le soldat" — aldus een der tegenstanders der wet — „de la défense de camarades que étaient prêls a lui venir en aide. G'est cependant une habitude universelle, trés iouable, trés noble même que de faire défendre 1'officier accusé par son ami qui est dans les mêmes rangs que lui et qui a des lumières spéciales, particulières, nécessaires, pour le bon fonctionnement de la procédure et de 1'instruction. En ce point (je veux dire la connaissance particulière des choses militaires) apparait un des inconvénients du projet qui vous est soumis" 1). Veel gewicht kan dit argument niet in de schaal leggen, al niet, omdat het tot de uitzondering behoort, dat een officier terechtstaat, zoodat de uitdrukking „habitude universelle" minder juist is. Maar bovendien bij eene verdediging komt het minder op vriendschap dan op rechtskennis en zelfstandigheid aan. Naar mijne meening werd de uitsluiting van militairen voldoende verdedigd door den senator Bérenger, toen hij zeide2): „II faut de la part du défenseur des garanties de savoir d'abord et d'indépendance ensuite. Or, on se demande si un sous-officier, si un simple soldat surtout, aurait a la fois le savoir et 1'indépendance qui lui sont indispensables vis-a-vis d'un officier d'un grade supérieur. Cette indépendance existerait si peu que, s'il arrivait que 1'officier rapporteur trouvat que le soldat défenseur s'explique avec peu de convenance, on pourrait se demander s'il n'aurait pas le droit de 1'envoyer a la salie de police." Nu is het waar, dat de wet van 1897 alleen betrekking heeft op de „instruction préalable" en wel, omdat de verdediging tijdeus het hoofdonderzoek voldoende geregeld was 3). Dit geldt ook voor het militaire proces, al is daar de keuze van den verdediger bij het hoofdonderzoek ook anders en uitgebreider geregeld. In theorie kan de beschuldigde dus nog altijd volgens art. 110 van den Code de justice militaire zijn verdediger ook uit militairen, bloedverwanten en vrienden kiezen. Maar in de praktijk zou dit neerkomen op de vervanging van den rechts-

') Journal Officiel, séance du 29 novembre 1898, p. 917a, ook aangehaald bij Mahault, t. a. p. blz. 154.

2) Journal Officiel, t. a. p. bij Mahault, t. a. p. blz. 155-156.

3) Blz. 94.

Sluiten