Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

circonscription als ter voorlezing aan den krijgsraad dient, wordt door tusschenkomst van den commissaire du gouvernement aan den generaal gezonden, met de overige stukken. De commissaire voegt zijne conelusien bij liet rapport. De generaal beslist nu, gelijk reeds vroeger is gezegd '), op deze rapporten, hetzij door eene „ordonnance de non lieu', hetzij door een „ordre de mise en jugement" te geven. Deze laatste „ordre" moet gemotiveerd zijn en het advies van den rapporteur en de conelusien van den commissaire bevatten. De geincrimineerde feiten moeten met alle omstandigheden, waaronder zij hebben plaats gehad, worden vermeld, terwijl op straffe van nietigheid, geen andere feiten, dan welke in den „ordre d'informer" voorkomen, erin opgenomen mogen worden 2). Deze „ordre de mise en jugement wordt aan den commissaire gezonden, die hem aan den beschuldigde beteekent. De generaal roept den krijgsraad bijeen, waarmee het hoofdonderzoek begint.

Ik heb hiervoor3) reeds gesproken over de „ commissions d'accusation", in het nieuwe ontwerp door de Fransche Regeering voorgesteld, die deze laatstgenoemde taak van den generaal-bevelhebber zullen overnemen. Ook heb ik daar als mijne meening te kennen gegeven, dat niet alleen „1'ordre de mise en jugement", maar ook „Pordre d'informer" door deze commissions behoorde gegeven te worden, tenzij men een onafhankelijk, deskundig Openbaar Ministerie instelt, dat de beslissing heeft. Ik zal niet in herhaling treden. Het geheele vooronderzoek zooals het in Frankrijk is geregeld, is te omslachtig en vervalt te veel in herhaling, terwijl het niettemin niet beantwoordt aan de eischen, welke men in het moderne strafproces daaraan stellen mag. Toch draagt het ten deele een accusatoir karakter.

In Duitschland heet het vooronderzoek „Ermittelungsverfahren '). Het is niet als het Vorverfahren in het civiele strafproces, in twee

') Blz. 150 vlg.

') Arrêts du Conseil dc revision de Paris. 1 Oct. 1880. 0 Mei 1881, 12 Mei 1882, 13 December 1883, 27 Maart 1884, enz.

3) Blz. 151.

4) Waarom hier eene andere terminologie gebruikt is, blijkt niet. Zie ook Von Marck, t. a. p. blz. 85. Intusachen moet men dit Erm ittelu n gs verf ah ren niet verwarren met dat, wat o. m. Glaser, t. a. p. II blz. 311—320 tegenover de Voruntersuchung stelt, beiden als deelen van het Vorverfahren beschouwende.

Sluiten