Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taire autoriteiten, in casu officieren-commissarissen, toe. En dan geldt dit nog maar het binnentreden in de woning, niet huiszoeking, d. w. z. opening van alle kasten, kisten, enz. Papieronderzoek is officieren-commissarissen altijd verboden, ook in de I*azerne. Een beroep op de derde zinsnede van art. 52 van het Reglement op den Inwendigen Dienst der Infanterie, luidende: „van tijd tot tijd doet de compagniescommandant die kistjesx) nazien, en zoodra blijkt, dat de inhoud zich in onzindelijken toestand bevindt of uit voorwerpen bestaat, welke strijdig zijn met de tenue, ontneemt hij aan den eigenaar de vergunning om het kistje in de kazerne te hebben", gaat toch zeker niet op. Immers een recht om te zien, ol de inhoud der kistjes zindelijk is of niet uit voorwerpen strijdig met de tenue bestaat, geeft nog geen recht de papieren daarin te onderzoeken en zoo noodig in beslag te nemen. Daarvoor is eene uitdrukkelijke wetsbepaling noodig en die ontbreekt. Of intusschen in de praktijk hiermee stipt rekening gehouden wordt, zou ik niet durven beweren.

Het is niet te verwonderen, dat in het stelsel van ons wetboek de bekentenis van bijzonder gewicht geacht wordt en nog eenigermate als de regina probationum geldt. „Ingevalle de beklaagde bij het eerste verhoor, niet heeft kunnen worden gebracht tot confessie, zal geen verder verhoor aan hem worden gehouden" zegt art. 24 R. L. en geeft dan verder met de volgende artikelen een paar uitzonderingen aan. Art. 53 en 55 R. L. spreken van een recollement op die confessie daags daarna; art. 71 R. L. waarschuwt, dat men „nimmer door het aandoen van pijn of ongemakken, door bedreigingen van dezelven, door belofte van vrijstelling of vermindering van straf, den beschuldigde zal zoeken te brengen tot confessie"; bij bekentenis worden aan den beschuldigde geen getuigenverhooren voorgelezen en geen confrontatien gehouden -'). Rij ontkentenis moet den beschuldigde evenwel worden meegedeeld, dat de rechter ook zonder confessie kan straffen 3). Dat in de praktijk niet zooveel waarde aan de bekentenis wordt gehecht als het Wetboek doet, is naar mijne meening toe te schrijven aan den invloed, welken de

') Kistjes van soldaten, die met vergunning van den bataljonscommandant onder het nachtleger worden toegelaten.

!) Artt. 72 en 111-128 lt. L.

') Art. 71 R. L. Zie ook art. 175 R. L.

Sluiten