Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

clusiën echter mondeling nemen, terwijl de verdediger de zijne schriftelijk moet indienen.

Men kan derhalve niet zeggen, dat de partijen van het proces hier gelijke rechten hebben.

Nadat de beschuldigde of zijn verdediger het laatst het woord heeft gehad, sluit de president de debatten en begint de beraadslaging van den krijgsraad buiten tegenwoordigheid van den commissaire du gouvernement en van den griffier. In afwijking van de regelen gevolgd voor de Cours d'assises, beraadslagen de leden van den krijgsraad met de stukken van het proces erbij. Zij kunnen zich beroepen op hetgeen daarin vermeld is. Voorts is de stemming niet geheim, maar mondeling te beginnen met het jongste lid. Reeds vroeger ') heb ik op het verkeerde van dit stelsel gewezen, daar, tengevolge van de voorafgaande beraadslaging, de invloed van de hooger in rang geplaatste leden van den krijgsraad zich op de jongere leden bij de mondelinge stemming doet gelden. „Pour mieux assurer" — zegt de Fransche Regeering in haar Exposé des nrotifs van het ontwerp van 14 November 1899 2) — „'1 indépendance des juges militaires, nous vous proposons de décider que le vote des membres du conseil de guerre aura lieu au scrutin secret" ■'). Ik acht dit eene verbetering, ook al mocht men meenen, dat het wenschelijker zou zijn het stelsel van motiveering van vonnissen in te voeren '). Doch men vergete niet, dat dit stelsel, waarbij altijd mondeling gestemd wordt, alleen tot zijn recht kan komen, wanneer de leden van het college onafhankelijk en deskundig zijn. Ten onzent toch. waar het bestaat, is het geen geheim, dat de motiveering geschiedt door den auditeur-militair, hetgeen in vele gevallen ook niet anders kan5). Weliswaar zal het geheim der

■) Hiervoor blz. 135—130.

2) Als annexe II gevoegd bij het ontwerp van den code de justice militaire chambre des députés 1002 n°. 342 blz. 157.

s) Zie ook art. 183 van den ontwerp-Codc.

4) Aldus VVeisl, t. a. p. blz. 10. Ondanks dat het 2e lid van art. 130 Code de justice militaire luidt: «Le président donne lecture des motifs et du dispositif», bestaat in Frankrijk geen eigenlijke motiveering. Zie ook art. 140 Code de justice militaire.

s) Zie b.v. het vonnis van den krijgsraad te Arnhem van 18 Sept. 1902 in Weekbl. van het Recht n°. 7854, waarin de vraag, of al dan niet machtsdelegatie mocht plaats vinden, het onderwerp der motiveering uitmaakte.

Sluiten