Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemming niet volkomen zijn, daar eene beraadslaging voorafgaat en, na schuldig verklaring, eene toepassing der straf volgt.

In hoeverre „circonstances atténuantes" mogen worden aangenomen, is eene bron van verwarring. In 1857 stelde men voor alleen bij commune delicten verzachtende omstandigheden in aanmerking te nemen, hetgeen ook aangenomen werd, behalve dat zij ook voor enkele bepaald aangewezen gevallen zouden gelden. Nu bepaalt art. 2G7 van den Code de justice militaire, dat de straffen van het gewone recht moeten toegepast worden bij crimes et délits, waarin de Code de justice militaire niet voorziet en dat alsdan verzachtende omstandigheden volgens art. 4G3 van den Codepénal toegelaten zijn. Daardoor is het mogelijk, dat voor een betrekkelijk gering misdrijf, dat in den Code de justice militaire opgenomen is, eene zwaardere straf moet worden opgelegd dan voor een zwaarder misdrijf, dat deze Code niet heeft voorzien en waarbij alsdan de circonstances atténuantes in aanmerking komen. Het is dan ook niet te verwonderen, dat in het nieuwe ontwerp wordt voorgesteld, den rechter geheel vrij te laten in het aannemen van verzachtende omstandigheden.

Vermelding verdient nog, dat de beschuldigde niet tegenwoordig is, wanneer het vonnis in openbare zitting wordt uitgesproken. De commissaire du gouvernement begeeft zich na de uitspraak met den griffier naar de gevangenis en doet den beschuldigde het vonnis voorlezen voor de in het geweer staande wacht. Men vreesde, dat anders de beschuldigde in de rechtszaal, bij het hooren van zijne veroordeeling althans, uit verbittering opnieuw strafbare feiten zou begaan.

Nog een enkel woord over de functie van den president. Evenals de president van een cour d'assises heeft hij een „pouvoir discrétionnaire pour la direction des débats et la découverte de la vérité l). Deze groote macht berust in handen van een niet-deskundige, die als kolonel in al zijne militaire functiën wellicht uitmunt, maar daarom nog niet in eens de kennis, de ervaring en de handigheid verkrijgt, welke een president van een rechterlijk college moet bezitten. Hij zal in rechtskennis en ervaring zeker achterstaan bij den commissaire du gouvernement, die geen andere werkzaamheden

') Art. 125.

15

Sluiten