Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verricht. Hij neemt te voren kennis van het dossier en zal, wijl hij niet beter dan de rechter van instructie op de hoogte is, meestal ter terechtzitting herhalen, wat deze in de instructie heeft gevraagd. Dat daardoor het zwaartepunt van het proces eenigermate naar de instructie, beter nog naar het onderzoek van den officier de police judiciaire wordt verplaatst, is duidelijk. Dit blijkt ook uit het volgende door Jannesson ons meegedeeld '). „En vertu de 1'article 132, le Président seul devrait poser les questions et, par poser, il faut entendre forniuler et rédiger ces questions. Or, dans la pratique, elles sont remises toutes préparées au Président. C'est au greffe qu'on en prépare la rédaction, sous le prétexte, assez juste d'ailleurs, que les nombreuses occupations professionnelles, qui incombent a un Colonel Président, lui laissent déja bien peu de temps, pour étudier, a fond, les dossiers". Om deze redactie te prepareeren moet men op de griffie afgaan op het in de stukken aangeteekende d. i. op hetgeen in het onderzoek door den officier de police judiciaire is gebleken. Doch wat te denken van een president, die leiding en richting aan de debatten geven moet en daarvoor gebruikt maakt van een stel vragen voor hem ontworpen, omdat hij geen tijd heeft zelf het dossier grondig te bestudeeren? „Excellente raison" — roept Jannesson uit — „conviendra-t-on, pour confier les délicates fonctions de Présidents des Conseils de guerre a des titulaires qui aient le temps de s'occuper complétement des affaires". Ik laat de omstandigheid maar rusten, dat op de terechtzitting tengevolge van aldaar geconstateerde feiten, het geheele vooraf ontworpen vragenstel onbruikbaar wordt en dan de president, na verlies van zijn kompas, op de golven der debatten blijft dobberen als een schip zonder roer.

Het hoofdonderzoek staat in vele opzichten achter bij dat in het civiele proces, hetgeen aan tweeërlei omstandigheden toe te schrijven is. Eerstens, omdat het onderzoek niet gehouden wordt door bekwame, zelfstandige rechters onder leiding van een voor die functie geschikten president en tweedens, omdat in het belang van de militaire verhoudingen beperkingen van openbaarheid en verdediging zijn gesteld, welke naar mijne meening evenwel niet in dat belang zijn.

Hoewel in Duitschland de Militarstrafgerichtsordnung een zelfstan-

') T. a. p. blz. 65.

Sluiten