Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid van § 283 genoemde Gefahrdung der Disziplin, waaromtrent nadere voorschriften zijn gegeven. Dat daardoor § 282 illusoir is geworden en bij ieder proces de openbaarheid kan uitgesloten worden, wanneer de rechter het wil, is duidelijk, vooral ook dooide keizerlijke Verordnung. Van militaire zijde *) wenscht men uitsluiting der openbaarheid en noode is zij met deze beperking toegelaten. In een Beiheft van het Militar Wochenblatt (1898 n°. 8), wat „als offiziöse Erganzung der officiellen Motive zu betrachten ist" 2), wordt gezegd: „Die Gelahren einer nicht genügend beschriinkten Oeffentlichkeit für die Armee liegen auf der Hand und sind genugsam erörtert. Dem Eindringen fremder, zersetzender Einflüsse muss vorgebeugt werden. Die bald hier bald da erfolgenden Versuche zur Untergrabung der Disziplin in der Armee lassen sich nicht wegleugnen! Würde eine solche Oeffentlichkeit des Militarstrafverfalirens diesen Gefahren nicht geradezu Vorschub leisten." En in de Begründung3) heette het, „dass die Gestattung des freien Zutritts an Jedermann — trotz aller Vorsichtsmassregeln — die schwersten Gefahren für die Disziplin in sich schliessen würde."

Terwijl nu in Frankrijk eene met het moderne strafproces overeenstemmende wetsbepaling bestaat, doch de op militaire „Anschauungen" berustende praktijk dit voorschrift terzijde stelt en de openbaarheid volgens militaire inzichten toelaat of uitsluit, hebben hielde militaire opvattingen eene plaats in de wet en hare toelichting gevonden. Dat ik dit stelsel beter acht, heb ik reeds opgemerkt, al kan het resultaat ervan natuurlijk evenmin als de wijze, waarop men in Frankrijk de openbaarheid uitsluit, mijne goedkeuring wegdragen. Naar mijne meening wekt openbaarheid vertrouwen en daarop steunt discipline veel meer dan op „ Geheimthuerei". Men meene toch niet, dat het verborgen blijft, waarom een meerdere

') De Pruissische Minister van Oorlog verklaarde in de Kommissionsberathung, dat de «sammtliche Generalkommandos» zich tegen «die volle Oeffentlichkeit aussprachen. Trotz dem habe Seine Majestat nach ernster Erwagung die Zulassung der Oeffentlichkeit zugegeben, dagegen aber verschiedene Vorschliige, welche eine Einschrankung der Oeffentlichkeit bezwecken sollten, venvorfen.» (Kommissionsbericht. Materialien blz. 1 62a.) Wat het Generalkoraniando «volle Oeffentlichkeit», de Kegeering «Einschrankung der Oeffentlichkeit» noemt, heeft veel van eene parodie.

*) Von Marck, t. a. p. blz. 113.

s) Materialien, blz. 95a.

Sluiten