Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ueberzeugung" !). Aanvankelijk was in het ontwerp (§ 286, nu § 299) voorgesteld „das Gericht bestimmt den Umfang der Beweisaufnahme ohne hierbei durcli Antrage, Verzichte oder frühere Beschlüsse gebunden zu sein", eene bepaling, die in het civiele strafproces alleen voor de Schöffengerichte geldt2). Men was van meening, dat strafbare feiten in tegenwoordigheid of in de nabijheid van een aantal personen niet door de getuigenis van alle deze personen behoeven bewezen te worden. Reeds bij de Kommissionsberathungen 3) werd de tegenwoordige redactie gekozen, zoodat „freie Bestimmung der Beweisaufnahme" nu alleen voor de Standgerichte geldt.

Als de derde, nu vierde lid van dezelfde paragraaf werd in het ontwerp voorgesteld: „Die Beeidigung eines Zeugen darf unterlassen werden, wenn dessen Aussage nach der Ueberzeugung des Gerichts sich als offenbar unglaubwürdig oder unerheblich darstellt," hetgeen eene afwijking van het civiele strafproces is. Terwijl aan het slot is toegevoegd „und in letzteren Falie die Beeidigung nicht beantragt ist", heeft men de bepaling voorts in zooverre beperkt, dat nu „einstimmige Ueberzeugung des Gerichts" gevorderd wordt. Men wenschte vermindering van de beteekenis van den eed door beeediging „auf unerhebliche Thatsachen' en het afleggen van meineed te voorkomen. „Beides ist höchst bedenklich" — zegt Stenglein terecht — ') „denn in Fallen, in welchen zwei Parteien sich gegenüber stehen, kann leicht ohne Grund die zuerst zum Eid gelangende Partei die andere in den Verdacht des Meineids bringen, sodass der Gegenbeweis verworfen wird, ohne gehort worden zu sein; und wass die Unerheblichkeit betrefït, so besteht immer die Frage, ob eine Aussage nicht deshalb so unerheblich ausgefallen ist, weil sie nicht unter dem Zwang des Eides abgegeben wurde."

De beschuldigde moet ter terechtzitting aanwezig zijn en er onafgebroken blijven. Tegenover een afwezige wordt de behandeling ter terechtzitting niet voortgezet. Wanneer de beschuldigde weggebleven is, wordt in den regel de zitting verdaagd en de beschuldigde voorgebracht, desnoods na gevangenneming. Bij uitzondering

') § 315. Militarstrafgerichtsordnung.

■) § 244. Strafprozessordnung (2e lid.)

3) Materialien blz. 105—167.

4) T. a. p. Aant. 14 ad § 299. (blz. 244.)

Sluiten