Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fügung" vermeden wordt, in navolging van het in de Strafprozessordnung (§§ 447 vlg.) bestaande „Verfahren bei amtsrichterlichen Strafbefehlen". Onder bepaalde voorwaarden en terwijl de mogelijkheid van een volledig proces blijft gewaarborgd, bepaalt de Gerichtsherr de straf door eene schriftelijke Strafverfügung.

Het hoofdonderzoek in het militaire proces volgt in hoofdtrekken dat in het civiele strafproces. Voornamelijk in de beperking der openbaarheid en der rechten van de verdediging wijkt het daarvan in ongunstigen zin af, terwijl door eene onoordeelkundige splitsing der algemeene leiding tot tal van wrijvingen en moeilijkheden aanleiding wordt gegeven.

In ons land bestaat nog het schriftelijke, geheime proces, hetgeen van grooten invloed op het hoofdonderzoek is. Terwijl het moderne strafproces verlangt, dat de geheele aanklacht in het openbaar, zoo mogelijk, ter terechtzitting wordt onderzocht en het vooronderzoek niet meer dan voorbereiding voor deze openbare behandeling moet zijn, bestaat de behandeling in den krijgsraad uit het voorlezen deivroegere verhooren — recolleeren ') — en wanneer de beschuldigde bij zijne vroegere verklaringen persisteert, uit de schriftelijke voordracht van den auditeur-militair, verzoekende vrijspraak, absolutie van de instantie of schuldigverklaring, gevolgd door een schriftelijken eisch van hem, en later van een vonnis van den krijgsraad. De behandeling is noch openbaar, noch mondeling, noch onmiddellijk. Alleen wanneer de auditeur of de krijgsraad nog nadere verhooren noodig oordeelt, hetzij van den beklaagde, hetzij van de getuigen, hetzij als confrontatie, worden zij in den vollen krijgsraad gehouden op de wijze als is vastgesteld ten opzichte van de informatiön voor officieren-commissarissen 2). De wet is hier duidelijk: „ nog nadere verhooren". Reeds eerder3) heb ik gewezen op de neiging, die bestaat om een getuigenverhoor in vollen omvang nog eens in den krijgsraad te houden, eene voor de justiciabelen gewaardeerde poging om de wet te verbeteren, al is dit ook niet het werk van den

') De wet spreekt van «recolleeren» (o. m. art. 168 R. L.), doch eigenlijk moet men spreken van «reeoleeren». Het eerste beteekent opnieuw lijmen, het tweede aan getuigen hunne verklaringen voorlezen,

») Artt. 172, 173 R. L.

:l) Hiervoor blz. 218.

Sluiten