Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nair Proces, tegen den beklaagde te worden geadmitteerd" '), wanneer beklaagde niet tot eene volledige confessie is gebracht, maar „er gronden zijn, om den beklaagde te houden voor overtuigd van de misdaad, aan hem ten laste gelegd" '). Meent de krijgsraad, dat de procedures voor voldongen kunnen gehouden worden, dan beslist hij op het verzoek van den auditeur-militair; hij spreekt den beklaagde vrij of absolveert hem van de instantie dan wel laat den auditeur-militair dienen van zijne conclusie van eisch binnen twee dagen. Binnen drie dagen na de voordracht tot vrijspraak of tot absolutie van de instantie of na den eisch van den auditeurmilitair, zal de krijgsraad de zaak in overweging nemen en tot het wijzen van het vonnis overgaan. In de praktijk schijnt met deze termijnen weinig rekening te worden gehouden, in zooverre, dat meestal terstond eene beslissing gegeven wordt in plaats van na eenigen tijd. Mr. van Meurs, die meermalen de auditie te Arnhem waarneemt, schrijft in de „korte herinnering aan den loop deiprocedure in eersten aanleg", welke hij aan eene beschouwing over het appel in het militaire strafproces laat voorafgaan -): „De auditeurmilitair leest alsdan alle stukken voor: de oorspronkelijke klacht, de processen-verbaal, de getuigenverklaringen, enz. Acht de krijgsraad de zaak niet voldongen, wordt een nader getuigenverhoor of een confrontatie in den vollen krijgsraad gehouden. Gewoonlijk dadelijk daarna :!) — en althans uiterlijk binnen twee dagen — dient de auditeur-militair van eene schriftelijke conclussie van eisch, bestaande: „in een eenvoudig, doch duidelijk en onderscheiden ver-

') Art. 175 K. L. Men zal hier wel voor «extra-ordinair» moeten lezen «ordinair». «Zooals bekend is» — zegt mr. Pols, Crimineel Wetboek, blz.

5gQ «berust deze onderscheiding» (n.1. van ordinair en extra-ordinair proces)

«op de afdoende bewijskracht, aan de confessie toegekend, welke alle verder bewijs overbodig maakte, en in het extra-ordinair proces des rechters taak bepaalde tot het constateeren der bekentenis en het toepassen der strafbepaling». Zie over extra-ordinair en ordinair proces ook J. van der Linden, Verhandeling over de judicieele practijcq, 1 blz. 329. «Men mag in extra-ordinaire crimineele procedures op niets anders dan op de confessie van den beschuldigde regard nemen, en dc aart der zaake permitteert niet, dat de Rechter het bewijs der omstandigheden, die het geconfesseerde fait misdadig maken zouden, aliunde suppleere».

Tijdschrift van Strafrecht XV blz. 134—135.

3) Ik cursiveer.

Sluiten