Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor den veroordeelde heeft, alsof hij zelf in cassatie had voorzien ')• Veel hangt hier dus van den minister van justitie af.

Op zich zelf zou tegen dit stelsel van rechtsmiddelen weinig te zeggen zijn, althans uit een theoretisch oogpunt. Eene instantie met den conseil de revision als cour régulatrice, terwijl voor de non-justiciabelen van den militairen rechter, wanneer deze ten onrechte over hen recht gesproken heeft, een beroep op de Cour de cassation openstaat. Een juist systeem voor hen, die ééne instantie willen en het liooger beroep verwerpen. Maar zij willen dan ééne instantie, die de meest mogelijke waarborgen voor de partijen van het proces oplevert en wij hebben in de vorige paragrafen reeds gezien, dat de procedure in eersten aanleg daaraan in geenen deele voldoet. En evenmin kan men met eene cour régulatrice tevreden zijn, die alleen over rechtsvragen oordeelt, doch uit leeken op rechtsgebied bestaat, zoodat zij moeilijk aan hare taak kan voldoen. De behandeling in cassatie toch is eene zuiver juridische behandeling, ten doel hebbende de uitspraak van den lageren rechter te toetsen aan de wet. Dat daarvoor rechtskennis, uitgebreide rechtskennis noodig is, spreekt van zelf.2) Moge men in eerste instantie al leeken tot rechters toelaten, — jury en schepenen — tot leden van de Cour de cassation zeker niet. Daarom is het onjuist de conseils de revision wel uit leeken samen te stellen.

De Fransche Regeering heeft dit ook ingezien en daarom in haar ontwerp van 14 November 18'J'J reeds eene belangrijke wijziging voorgesteld. In het Exposé des motifs 3) schreef zij: „Les conseils

') Mr. A. A. de plnto noemt deze cassatie niet ten onrechte revisie, eene revisie alleen door den minister van justitie in te stellen. Weekblad van het Recht n°. 7170 of Het proces Dreyfus getoetst aan wet en recht II blz. 1 vlg.,datals ondertitel voert: Revisie, tweede veroordeeling, gratie.

■->) Asser en Van Heüsde, Handleiding tot de beoefening van het Nederlandsch Burgerlijk Recht I blz. 82, zeggen van de arresten van onzen Hoogen Raad, dat men uitsluitend op de overwegingen van dat college het oog moet gevestigd houden, «welker beteekenis alleen ten volle kan worden gewaardeerd door hem, die dit gewichtig onderdeel der rechtspraktijk heeft beoefend of althans de werking daarvan met aandacht heeft nagegaan.» Dit geldt wel is waar het burgerlijk recht, maar ook voor het strafrecht is het toepasselijk. De arresten vorderen een geoefenden lezer en dan is het natuurlijk, dat de maker geen leek kan zijn.

3) Als Annexe II gevoegd bij het nieuwe ontwerp van een code de justice militaire. Chambre des dóputés. Session extra-ordinaire de 1902, n°. 342 blz. 156.

Sluiten