Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldigde, die zijn verdediger ook daarmee kan belasten. Ook nadere verklaringen kunnen door den verdediger worden afgegeven, doch binnen den termijn, terwijl na afloop daarvan de beschuldigde zoo noodig door een „Gerichtsofïïzier oder Kriegsgerichtsrath zu vernehinen ist, weshalb und inwieweit das Urtheil von ihm angefochten wird" '). Nu is het vooral bij de revisie-aanvrage van belang, dat de verdediger de gronden tot die aanvrage ontwikkelen kan. Met het oog hierop is de termijn van eene week te kort, hetgeen ook reeds in de praktijk gebleken is 2).

Aanvankelijk luidde § 373, 2^° lid van het Entwurf: „Der Anwesenheit des Angeklagten in der Hauptverhandlung bedarf es nicht, wenn er darauf verzichtet oder wenn das Urtheil erster Instanz nur hinsichtlicli solcher Theile angefochten worden ist, welche die Entscheidung der Schuldfrage nicht enthalten, oder wenn dem Erscheinen erhebliche Hindernisse entgegenstehen." Terecht werd in de Kommission opgemerkt „Dieser Verzicht könne aucli stillschweigend erfolgen;.... das Berufungsgericht könnte gegen den Willen des Angeklagten in dessen Abwesenheit die Hauptverhandlung vornehmen, wenn die Berufung nicht die Schuldfrage betrafo" '). Daarop is de huidige redactie van § 389 tot stand gekomen. Terwijl in het civiele strafproces 4) de Berufung wordt verworpen, wanneer de beschuldigde niet aanwezig is, vindt hier de behandeling toch plaats, maar wordt als niet gehouden beschouwd, wanneer de beschuldigde door eene wettige 5) reden was verhinderd te verschijnen, zoodat de behandeling dan nog eens geschiedt.

De wijze, waarop de rechtsmiddelen geregeld zijn, verdient niet anders dan lof, al moge eene enkele beperkende bepaling minder goed te keuren zijn. Alleen zal de praktijk meer van de rechtsmiddelen verlangen clan gewoonlijk het geval is en of zij daaraan kunnen voldoen, waag ik te betwijfelen.

Artikel 222 van de Rechtspleging bij de Landmacht luidt: „De gecondemneerden zullen het regt van appel of hooger beroep

') § § 382, 404 der Militarstrafgerichtsordnung.

*) Weiffenbach, Erörterungen u. s. w., blz. 46.

3) Materialien, blz. 179a.

4) § 370 dor Strafprozessordnung.

6) De redenen vermeld in §§ 147 en 148 der Militarstrafgerichtsordnung.

17

Sluiten