Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derhalve, dat een beklaagde geabsolveerd van instantie zich ter purge stellen kan.

Wie vrijgesproken is, kan evenmin appelleeren. Non solent audiri appellantes, nisi hi, quorum interest1), heeft hier de wetgever gedacht.

Reeds in de vorige paragraaf heb ik opgemerkt, dat „de voorschriften omtrent, het bewijs der misdaden van het algemeen regt mede toepasselijk zijn op de misdaden van overtredingen begaan door militaire en andere personen aan de militaire jurisdictie onderworpen" 2). Diensvolgens gelden dus de bepalingen voor het bewijs der strafbare feiten voorkomende in het Wetboek van Strafvordering. Art. 404 van dat Wetboek zegt: „Eene bloote bekentenis van schuld, door geenerlei in het geding bekende omstandigheden bevestigd, is nimmer genoegzaam om een wettelijk bewijs daar te stellen." Eene bekentenis, zonder meer, wordt niet voldoende geacht voor het bewijs van schuld. „L'aveu ne fait pas le crime," zegt J. D. Meijer, Institutions Judiciaires VI, blz. 308, terecht3). Op grond hiervan mag ook de militaire rechter niemand meer veroordeelen „enkel op confessie," zoodat logisch hieruit moet volgen, dat van alle veroordeelende vonnissen kan geappelleerd worden 4). Immers er zal „ook op getuigenverklaringen of andere bewijzen zijn regt gedaan," zoodat art. 222 van de Rechtpleging bij de Landmacht van toepassing is 4).

In de praktijk, althans in het 3(le militaire arrondissement (Arnhem), schijnt men deze opvatting ook te hebben. In een geval van diefstal, mij bekend, adviseerde de auditeur-militair de zaak disciplinair af te doen, wijl aan de justitie alleen de bekentenis van den beklaagde ten dienste stond. Toch. heerscht, ten minste bij de schrijvers, eene

') L. 1 pr. D. 49, 5.

s) Art. 210 van het Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te lande. Zie hiervoor blz. 239.

3) Zie hierover ook de Pinto, Handleiding tot het Wetboek van Strafvordering, 2e druk II, blz. 656—660.

4) In dezen zin ook mr. van Meurs, Over het appèl in het militaire strafproces, Tijdschrift van Strafrecht XV, blz, 142. «De duidelijke woorden van de wet verleenen het recht van appèl indien «ook op getuigen of andere bewijzen» zal zijn recht gedaan. Welnu, ik tart alle tegenspraak, nimmer wordt op bekentenis alleen veroordeeld, in elk veroordeelend vonnis komen ook andere bewijsmiddelen voor.»

Sluiten