Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere meening. Koolemans Beijnen1) zegt: „Nu volgens ons tegenwoordig geldend recht de bekentenis alleen niet meer als volledig bewijs wordt aangemerkt, wordt deze bepaling (art. 222 van de Rechtspleging bij de Landmacht) in anderen zin toegepast, dan door de letter wordt aangegeven; het appel wordt namelijk toegelaten van alle vonnissen, waarbij de beklaagde veroordeeld wordt, zonder dat. hij bekend beeft het misdrijf gepleegd te hebben." „Er moet alzoo zijn volledige bekentenis," schrijven Collette en van Dijk2) „welk voorschrift dateert van de dagen, dat volledige bekentenis ook volledig bewijs gaf. Nu het laatste volgens het geldend recht niet meer zoo is, wordt de letter der wet ook niet meer toegepast en kan de beklaagde in hooger beroep gaan van alle veroordeelende vonnissen, indien hij niet bekend heeft." Waarom wordt de letter der wet nu ook niet meer toegepast? Het verband ontsnapt mij. Wel geloof ik, dat de wijziging van art. 222 der Rechtspleging bij de Landmacht bij Resolutie van den GouverneurGeneraal van Nederlandsch Indie van 17 Maart 1820, n°. 1, van invloed daarop is geweest. Daar luidt nu art. 222, 1°. „van alle vonnissen, waarbij niet op confessie, maar op getuigenissen of andere bewijzen zal zijn regt gedaan," waaruit waarschijnlijk de bovenvermelde interpretatie is gelezen 3).

Nog om eene andere reden acht ik het gewenscht dat art 222, 1°. R. L. zoo wordt opgevat, dat van alle veroordeelende vonnissen kan worden geappelleerd. De approbatie van non-appel labele vonnissen geschiedt enkel ria kennisneming van de stukken door het Hoog Militair Gerechtshof, zonder dat beklaagde of getuigen worden gehoord. In het systeem van den wetgever terecht, want de beklaagde had bekend, zjjne schuld stond vast en buiten zijne tegenwoordigheid of die van getuigen kon het Hof voldoen aan art. 57 der Provisioneele Instructie 4). De beklaagde had weinig belang om

') Handleiding ten dienste van het onderwijs in het Militair Strafrecht voor Officieren hier te lande, 1898, blz. 408.

J) T. a. p. blz. 213.

:') Het Hoog Militair Gerechtshof hier te lande huldigt in de praktijk ook deze interpretatie.

4) Het gaat na 1°. of de zaak behoorlijk geprocedeerd is, 2°. of de bekentenis volledig is, 3°. of het aanwezen der misdaad vaststaat en 4°. of de straf overeenkomstig de wet is opgelegd.

Sluiten