Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb onderzocht, of de militaire rechtspleging, zooals zij thans in Frankrijk, Duitschland en ons land is geregeld, aan de eischen van de moderne rechtspleging voldoet en wij hebben gezien, dat dit in geen enkel onderdeel van het proces het geval is. Ik heb herhaaldelijk erop gewezen, dat deze tekortkomingen hare oorzaak in het militaire karakter van de rechtspleging hebben en dat dientengevolge de geldende militaire wetgevingen ook niet zoo kunnen herzien worden, dat zij wel aan de eischen, welke aan het moderne strafproces te stellen zijn, voldoen, tenzij met opoffering van het militaire karakter. Doch wijl, naar het schijnt, hierop juist het bestaan eener afzonderlijke rechtspraak voor militairen in onzen tijd is gegrond, valt daaraan niet te denken en zal, ook naar mijne meening, de militaire jurisdictie öf gehandhaafd blijven, zij het dan ook met eene beperking der bevoegdheid des rechters en met het navolgen van enkele trekken van het moderne strafproces óf geheel afgeschaft worden en de rechtspraak over militairen aan den gewonen rechter komen. Instelling van eene afzonderlijke rechtsmacht voor militairen, overigens geheel beantwoordende aan de eischen van eene moderne rechtspleging — dus eigenlijk een afzonderlijk rechtcollege — acht ik onwaarschijnlijk.

De vraag is dus: moet eene minderwaardige, militaire jurisdictie blijven bestaan op grond van de omstandigheid, dat de militaire redenen, welke men daarvoor aanvoert, van dien aard zijn, dat het leger daarmee staat of valt; of moet men den militairen rechter afschaffen, wijl men rechtszekerheid en rechtsgelijkheid als de draagsters van tucht en goeden geest in het leger beschouwt?

Hoewel men aldus de vraag meestal stelt en wij omtrent de militaire redenen niet veel licht ontvangen, — behoudens dat men daartoe rekent en meetelt de handhaving van de discipline kan men zonder onderzoek naar het gewicht dier militaire redenen moeilijk een afdoend antwoord op de eerste vraag geven. „Gerechtigheit ist das Fundament der Disciplin und des Gehorsams," heeft Damianitsch zeer juist gezegd en dat het gewone strafproces meer waarborgen van gerechtigheid biedt als het militaire strafproces, is na het onderzoek in de Tweede Afdeeling duidelijk, zoodat op de tweede vraag wel een antwoord kan gegeven worden, indien wij de militaire redenen gewogen hebben en op grond daarvan de eerste vraag ontkennend hebben beantwoord.

Sluiten