Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dommen zou vechten; het vaderland niet kleiner maar grooter en machtiger zou nalaten; de bevelen der meerderen en de wetten zou gehoorzamen en de goden zou eeren, waren naast de door den gewonen rechter opgelegde straf van atimie, d. i. het verlies van de burgerrechten, voldoende om de discipline in 't leven te roepen en te handhaven.

In het oude Rome hechtte men eveneens groote waarde aan de opvoeding. „L'éducation male imprimée aux Romains dès l'enfance", zegt Bouquié x), „continuée aux soldats sous le drapeau, était 1'un des points caractéristiques de leur discipline. Par une suite de préceptes élevés, on montrait au jeune soldat la grandeur et 1'austérité de la mission publique qu'il était appelé a rempiir. On le pénétrait de cette belle conviction que la vaillance parmi les troupes est en raison directe de leur subordination; que les armées les meilleures et les plus fortes sont celles qui ont 1'obéissance et le travail le plus en honneur. La vie dans le camp, loin d'altérer les habitudes laborieuses et les vertus civiques, corroborait chez tous cette pensee que le citoyen qui marche au combat pour le salut de la patrie doit s'élever au dessus des autres non seulement par 1'énergie et la bravoure, mais par la vertu." Bovenal werd den jongen Romein vaderlandsliefde ingeprent. „L'amour de la patrie", zegt Bouquié elders 2), „est 1'inspirateur de eet esprit militaire". Voor het vaderland had iedere Romein alles over: dulce et decorum est pro patria mori. Nergens speelde de nationaliteit grooter rol dan in Rome en nimmer kwam beter uit, wat nationale legers vermogen dan hier. Vaderlandsliefde heeft Rome groot gemaakt. Daarnaast werden onbaatzuchtigheid en zelfverloochening aangekweekt. Onmenschelijk wreed zijn de Romeinsche legerhoofden en soldaten dikwijls geweest, maar steeds eerlijk en onbaatzuchtig. Veldheeren keerden, na de rijkste provinciën te hebben veroverd, als arme boeren naar hunne hofsteden terug 3). Currius bezat slechts aarden vaatwerk, toen hij na de verdrijving van Pyrrhus den Samnieten, die hem gouden schotels aanboden, antwoordde: „Ik stel geen vreugde erin ze te bezitten, maar wel om degenen die ze hebben, te bevelen."

') T. a. p. blz. 56. *) T. a. p. blz. 49. s) O. a. ClNCINNATUS.

Sluiten