Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grootste belooning, welke een Romein verwerven kon, was een triumphus in Rome, doch een krans van eikeloof — corona civica — werd reeds voldoende geacht voor hem, die een veldslag won of eene stad vermeesterde! Op gelijke wijze werden eergevoel, vrijheidszin, vastheid van karakter en andere militaire deugden aangekweekt, welke ieder voor haar deel de discipline verbeterden 1). De omstandigheid, dat in Rome geen bevoorrechting bestond, bracht niet weinig tot eene goede krijgstucht bij. „Privilegia ne irroganto" luidde het reeds in de XII tafelen wet. Iedere Romein kon tot de hoogste waardigheid in de Republiek opklimmen. Een boer uit Arpinum, Mariüs, luitenant onder Metellus, werd consul en later zelfs dictator. Scipio was gemeen soldaat, toen hij tot consul werd gekozen. De burgers-soldaten kozen hunne aanvoerders, althans de hoogere bevelhebbers 2).

Hebben deze omstandigheden allen er toe bijgedragen, dat het Romeinsche leger, uit vrije burgers samengesteld, een voorbeeld van orde en tucht was, de discipline werd niet weinig bevorderd, doordat de soldaat steeds moest werken en meestal zwaren arbeid verrichtte. Ledigheid is des duivels oorkussen. „Dans une armée il n'y a pas de meilleur agent, de meilleur gardien de la discipline que le travail. Si les soldats de Rome ont montré une discipline qui reste a travers les siècles un éternel modèle, c'est que, en paix comme en guerre, de 1'aube a la chute du jour ces soldats étaient de travailleurs. Que d'incroyables efforts d'industries, quelle opiniatreté ne découvre-t-on pas chez les Romains! „A Rome" selon Ie mot de Montesquieu (Grandeur et décadence des Romains, Ch. II) „Pon craignait plus 1'oisiveté que les ennemis" 3). Men leze bij Livius 4), welken arbeid Scipio Africanus aan zijne soldaten op den dag na de verovering van Carthago opdroeg. Aldus werd die ijzeren

') Zie ook Bouquié, t. a. p. blz. 24.

2) valerius Maximus, II, vn, § 15, zegt naar aanleiding van de verkiezing van L. Makcius tot aanvoerder door de soldaten: duces a populo, non a militibus ereari solent. Toen was het volk niet meer het leger.

•') Bouquié t. a. p. blz. 60-61. Zie ook August Pauly, Real Encyclopaedie, II blz. 1102, die eveneens zegt, dat de discipline vooral door het steeds bezighouden der soldaten werd gehandhaafd, o. a. door den bouw van waterwerken, den aanleg van wegen, enz.

■•) XXVI c. 51.

Sluiten