Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

discipline verkregen en gehandhaafd, waarvan de Romeinsche schrijvers steeds gewagen als de kracht van het Romeinsche leger.

Intusschen kan niet ontkend worden, dat in het Romeinsche leger harde straffen werden ondergaan door allen, die anders hun plicht niet vervulden. Maar dit was niet minder het geval in de legers tijdens de monarchie. Integendeel de straffen waren vermeerderd en verscherpt. Uoch de ethische factoren, in de oude Republiek van zoo'n grooten invloed, hadden geen beteekenis meer. Sedert Garacalla met ééne pennestreek aan alle inwoners van het groote wereldrijk het burgerrecht had verleend, gold de naam van cives romanus niet meer als een eeretitel. En bij de bevolking der talrijke provinciën, uit de meest onderscheiden stammen en nationaliteiten bestaande, kon van vaderlandsliefde geen sprake zijn. Soberheid en mannelijke kracht maakten plaats voor weelde en verwijfdheid, toen het goud der schatplichtige volken naar Rome stroomde. En in het leger was het nog erger. Daar waren geheele korpsen vreemdelingen in dienst genomen; daar waren slaven burgers geworden, omdat zij soldaat werden. Waar zou vaderlandsliefde kunnen zijn, waar zou het burgerrecht op prijs gesteld worden? Hoe zou men hier soberheid en mannelijke kracht verwachten, waar luxe en lediggang aan de orde waren? Hoe kon een leger gedisciplineerd zijn, dat zich aan het hof te midden van intrigues en hofschandalen in weelde baadde, of dat in de provinciën, voor zoover het geen verblijf hield in de stadhouderlijke residentie, geen andere bezigheid had als het eigen land te stroopen en te brandschatten, terwijl het uit vrees voor den vijand niet in staat was de grenzen tegen invallen te beschermen? Wat te denken van jeugdige officieren, die hun tijd doorbrachten met vrouwen uit de Levant; hun haar opmaakten en parfums gebruikten als deze, zelfs hare manieren van spreken nabootsten en slechts in lafheid zich de meerderen van deze courtisanes toonden ? Reeds Juvenalis zeide, dat wreeder dan de wapenen de weelde drukte en zich wreekte over de overwonnen wereld ').

In deze omstandigheden beproefde men, wat later nog zoo vaak beproefd zou worden, n.1. om de discipline door straffen te handhaven. Tal van voorschriften, strafbepalingen inhoudende, volgden

') „ . . . . Saevior armis

Luxuria incumbuit victumque ulciscitur orbetn." Satires, VI, 293 en 294. Zie ook Bouquié, t. a. p. blz. 249.

Sluiten