Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die Gefahr in sicli schliesse, dass damit die Kriegstüchtigkeit deiArmee verringert werde". Niettegenstaande in Beieren, zooals wij hebben gezien, de Milit&rstrafgerichtsordnung van 1869 gold, waarbij het rechtsgeleerde element het militaire overtrof en in Pruisen het overwicht der militairen zeer aanzienlijk was, was er toch geen verschil in discipline.

Ik meen hiermee voldoende te hebben aangetoond, dat de geschiedenis ons leert, dat het voor eene goede discipline in het leger onverschillig is, wie de strafrechtspleging uitoefent. In de Eerste Afdeeling is hierop ook meermalen gewezen, zoodat ik met het bovenstaande kan volstaan.

Alleen dient hier opgemerkt te worden, dat de voorstanders van eene afzonderlijke rechtspraak voor militairen eigenlijk moeten aantoonen, dat, toen er geen militaire rechter was, de discipline van het leger daarvan den schadelijken invloed heeft ondervonden. Hiervan worden zij dan ook niet ontslagen, doordat hunne tegenstanders positieve bewijzen in anderen zin hebben bijgebracht. Zij zullen deze bewijzen ook op andere dan historische gronden mogen leveren. In afwachting daarvan wil ik aantoonen, hoe weinig de discipline heeft uit te staan met de strafrechtspleging.

Het is bekend, dat de taak van den strafrechter bestaat in a. het vaststellen der feiten en wie deze feiten heeft gepleegd (feitelijke vraag); b. in het qualificeeren dier feiten d. i. het brengen der feiten onder eenen in de wet voorgeschreven materieelen strafnorm (rechtsvraag) en c. de bepaling of toemeting der straf. In hoeverre heeft nu de discipline bij de beantwoording van elk dezer vragen invloed ? Of beter gezegd: in hoeverre kan bij de beantwoording der vragen met de discipline rekening gehouden worden?

Het is duidelijk, dat een rechter zich bij de beantwoording van de vraag, of de beklaagde aan het hem ten laste gelegde schuldig is, nooit door de discipline mag laten beinvloeden. De strafrechter moet zich bij de feitelijke vraag slechts laten leiden door zijn waarheidsgevoel en zich liever onthouden van eene veroordeeling dan schijnbaar ter wille van de handhaving der discipline op onvoldoende gronden recht spreken. Dit heeft men in het Gumbinner proces niet genoeg in 't oog gehouden en aan de neiging toegegeven, dat een moord op den ritmeester von Krogsick toch niet ongestraft mocht blijven. Hier werd meer overeenkomstig het bekende gezegde

Sluiten