Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

magistraat bleef enkel het tuchtrecht, doch dit achtte men dan ook noodig, daar het recht tot bevelen zonder dwangmiddel als onbestaanbaar werd beschouwd1). „Met de ontwikkeling der samenleving wordt de straf geobjectiveerd (Von Liszt), d. i. de straffunctie wordt door onpartijdige groepen (de Staat) overgenomen van de partijdige (de betrokken personen)" 2). Terwijl het strafrecht werd geobjectiveerd — men vergeve mij het woord — bleef het tuchtrecht subjectief — d. w. z. het bleef inhaerent aan „die Kommandogewalt". De strafrechter was niet langer partij, en daarmee ontstond het recht van wraking en verschooning; de tuchtrechter was partij en bleef dit; men kon hem niet wraken, noch hij zich verschoonen. En terwijl in het strafproces de vader niet als rechter over den zoon mocht oordeelen, kon hij, wanneer de zoon in eene afhankelijke betrekking tot hem stond, b.v. als ambtenaar, in het leger, enz., zijn tuchtrecht wel uitoefenen. Immers als vader had hij van nature ook het tuchtrecht, waarom het hem dus nu onthouden?

Zooals het in Rome is gegaan, ging het ook elders. Misschien was het in het Ronieinsche rijk duidelijker, dat zoolang dezelfde instellingen, althans in naam, bezat, maar overal heeft zich het „Strafgewalt" van het tuchtrecht afgescheiden: het eerste werd objectief, het laatste bleef subjectiefs). Het gevolg daarvan is, dat het tuchtrecht, als inhaerent aan den bekleeder van een ambt, zich ook niet verder uitstrekt dan over allen aan het gezag van dien ambtenaar onderworpen. Dit is altijd het geval: het vaderlijk tuchtrecht blijft binnen het gezin, het kerkelijke binnen de kerk en hare leden, het militaire binnen het leger, terwijl zelfs in deze corporatiën

') Paitlus (L 5, § 1, D. 1, 21) zegt dienaangaande: «mandata jurisdictione privato, etiam imperium quod non est merum, videtur mandari, qnia jurisdictio sine modica coercitione nulla est.»

Mr. .T. E. B. de Roos. De strafmiddelen in de nieuwere strafwetenschap, blz. 15, die dienaangaande verder verwijst naar Von Jhering, der Zweck im Recht, en Von Liszt, die Zweckgedanke im Strafrecht (Zeitschrift für die gesamte Strafrechtswissenschaft, III, blz. 17 vlg.)

8) Dangelmaier, Abhandlungen, blz. 62: «Hier gilt der Satz: «Nullum crimen sine lege» nicht, das persönliche Urtheil des Vorgesetzen tritt an die Stelle des objectiven Rechtes; allein dies ist nothwendig der Fall, soll die Befolgung der militarischen Vorschriften nicht illusorisch werden. Dieses Recht der militarischen Vorgcsetzten wird im Gegensatze zu Militar-Gerichtsbarkeit das militarische Disciplinar-Strafrecht genannt».

Sluiten