Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet tuchtrecht beperkt is tot het gezag van den drager binnen dien kring. Zoo heeft een kapitein liet tuchtrecht alleen over zijne compagnie, een kolonel over zijn regiment.

Anders is het met het strafrecht. Het wordt door den wetgever vastgesteld. Nullum delictum nulla poena sine praevia lege poenali. Eerst nadat de wetgever eene bepaalde handeling tot een strafbaar feit heeft gestempeld, mag de strafrechter die handeling op de voorgeschreven wijze bestraffen. De strafrechter mag geen bevelen geven, op wier overtreding of niet-nakoming hij straf stelt en oplegt, maar enkel feiten, a priori als strafbaar bepaald, met daarvoor bedreigde straffen tegengaan. Hij moet zich zelfs onthouden, wanneer hij op eenigerlei wijze tot de gepleegde handeling of tot den dader in betrekking staat.

Terwijl nu deze scheiding van tuchtrecht en strafrecht in de gewone wetgeving volkomen is, zijn in de militaire wetgeving nog reminiscensen uit den tijd, toen tucht- en strafrecht nog in ééne hand waren, overgebleven. Het streven der rechtswetenschap moet, naar mijne meening, op de verdwijning der reminiscensen gericht zijn. Daaronder neemt de omstandigheid, dat nog altijd geen volkomen onpartijdige personen als militaire rechter zitting nemen — zooals we in § 2 der Tweede Afdeeling hebben gezien — eene zeer voorname plaats in.

Uit het subjectieve karakter van het tuchtrecht vloeit voort, dat het alleen feiten omvat, welke de betrekkingen tusschen de aan het gezag van den drager van het tuchtrecht onderworpen personen onderling en ten aanzien van dien tuchtrechtdrager zelf betreffen. Het tuchtrecht strekt zich niet verder uit dan het gezag van den drager ervan en de tuchtstraf mag geen gevolgen hebben buiten de sfeer, waarin het tuchtrecht geldt. Het is dan ook in strijd met het wezen van het tuchtrecht aan autoriteiten of personen buiten den specialen kring inzage te verstrekken van strafregisters, inhoudende de tuchtstraffen, zooals b.v. strafregisters van militairen aan directien van spoorwegmaatschappijen, van posterijen, enz.

Het strafrecht omvat alleen feiten, welke de wetgever in liet belang van de „ Aufrechterhaltung der Rechtsordnung und damit des Staates"') in de wet heeft opgenomen. Zoodra dit belang bij het plegen van

') Vox Liszt, Lehrbuch des Deutschen Strafrechts, 9e Aufl., blz. 63.

Sluiten