is toegevoegd aan uw favorieten.

Militaire rechtspleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zoodanig straft, dien zoon nogmaals eene vaderlijke bestraffing kan toedienen, mits zoowel de tucht in het leger als in het gezin door dezelfde handeling is aangerand;

3e dat de tuchtrechter niet kan gewraakt worden, noch zich zeiven kan verschoonen van eenige aan zijn oordeel onderworpen zaak;

4e dat de gewone regelen van het strafrecht betreffen den samenloop van misdrijven, de poging, de deelneming, de verjaring, enz. evenmin als de gewone procesvormen gelden.

Wie nu beweert, dat tucht en recht één zijn, dat „het geheele militaire strafrecht zich uitsluitend op het gebied der tucht beweegt" '), moet naar mijne meening aannemen, dat het militaire strafrecht de pas genoemde kenmerken heeft. Daarmee wordt, om Stenglein's woord 2) te gebruiken, „die Rechtspflege im Heere zu einem Mittel der üisziplin herabgewürdigt," zoodat liet leger ter wille van de discipline wel een tuchtrecht, dat subjectief is, maar geen strafrecht bezit. Strafrecht is tuchtrecht geworden, waardoor de toestand hersteld is, zooals deze eertijds bestond. Ter wille van de discipline?

Wie dit meent, bedenke, dat de gerechtigheid beter door het objectieve strafrecht dan door het subjectieve tuchtrecht wordt gediend en dat „die Gerechtigkeit das Fundament der Disciplin und des Gehorsams ist" 3). En hij onderzoeke den invloed, die geruchtmakende processen op de discipline hebben gehad. Trouwens ik heb hiervoor uitvoerig uiteengezet, dat de discipline geen invloed kan en mag hebben op de strafrechtspraak en omgekeerd, zoodat, wanneer de displicine niettemin een der krachtigste steunselen in die rechtspraak vindt, de strafrechtspleging niet deugt. Dan is deze niet objectief, maar subjectief en wordt niet door onpartijdige rechters, maar door rechters, die tevens partij in het proces zijn, uitgeoefend ')•

In zijn praeadvies voor de Nederlandsche Juristen-Vereeniging wordt door den toenmaligen luitenant-kolonel G. J. W. Koolemans Beijnen een uitvoerig pleidooi geleverd ten gunste van de stelling: er is geen qualitatief onderscheid tusschen militaire tucht- en rechts-

') Mr. A. C. H. Geukema Bakker, De militaire rechtbanken in Frankrijk, Beieren en Rusland, Ac. Pr. Amsterdam 1890, blz. 104-105.

-) Juristen-Zeitung, 11)01 n°. 13.

:!) Damianitsch. Zie ook het aangehaalde op blz. 276 en noot 1 aldaar.

*) Zie hiervoor § 2 der Tweede Afdeeling.