Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen, „indien het begane feit naar het oordeel van den tot straffen bevoegden meerdere van zóó lichten aard is, dat de zaak buiten strafrechtelijke behandeling kan worden afgedaan," disciplinair gestraft wordt, doch ik vraag, of het daardoor krjjgstuchtelijke vergrijpen worden. Stel een soldaat pleegt een geringe diefstal, blijft het daarom geen diefstal en is hier disciplinaire afdoening gewettigd? Is het veroorloofd dien man wegens diefstal te straffen na een hoogst gebrekkige disciplinaire behandeling? Wel kan de veroordeelde eerst langs hierarchieken weg en zoo daar zijne reclame geheel of gedeeltelijk ongegrond wordt bevonden, binnen twee dagen, nadat de beslissing ter zijner kennis gekomen is, de eindbeslissing van het Iloog Militair Gerechtshof inroepen, maar onder welke waarborgen? Van een gewoon strafproces is geen sprake? Waarom niet.

Men heeft zich bij de behandeling in de Tweede Kamer op Duitschland beroepen, doch daar geldt een stelsel, dat vrij wat beter is. Terwijl hier de aangewezen misdrijven, opgenomen in het Wetboek van Militair Strafrecht en in het Wetboek van Strafrecht, benevens bepaalde overtredingen in laatstgenoemd Wetboek of eenige andere wet krijgstuchtelijk kunnen worden afgedaan, maakt men daar onderscheid tusschen het militaire en het gewone strafrecht. Het tweede lid van § 3 des Einführungsgesetzes zum Militiirstrafgesetzbuche van 20 Juni 1872 luidt: „In leichteren Fiillen können im Disciplinarwege geahndet werden: 1. Vergehen wider die §§ 04, 89 Abs. 1, 90, 91 Abs. 1, 92. 121 Abs. 1, 14G, 151; 2. Vergehen wider § 114, wenn die strafbare Ilandlung nur im Borgen von Geld oder in der Annahme von Geschenken ohne Vorwissen des gemeinschaftlichen Vorgesetzten besteht". Met uitzondering van de §§ G4, 91 Abs. 1, 121 Abs. 1 en 137, waar ook eene „Freiheitstraf" is bedreigd, etaat op deze Vergehen alleen „Arrest" als straf. „Zij worden daar disciplinair met arrest gestraft of wel de dader zou volgens het strafwetboek arrest hebben kunnen krijgen. Die disciplinaire afdoening wordt niet beschouwd als een minder zware of andere bestraffing, maar als een eenvoudiger wijze van berechting')"- Vandaar dat hier de regel non bis in idem wel geldt (§ 157 MilitSrstrafgerichtsordnung). Is daarentegen eene andere

') nir. Van der Hoeven op 22 Mei 1902 in de Tweede Kamer. Handelingen t. a. p. blz. 1395a.

Sluiten