is toegevoegd aan uw favorieten.

Militaire rechtspleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of moet men uit het vorenstaande afleiden dat tucht en recht één zijn, behalve voor onze Disciplinarvorgesetzten?

Ik kan mij niet langer met het praeadvies van den kolonel Koolemans Beunen bezighouden. Zijn betoog, dat strekken moet om de eenheid van tucht en recht te bewijzen, eindigt met de conclusie om de commune delicten aan den gewonen rechter op te dragen en de militaire delicten aan den militairen rechter te laten, een militairen rechter met meerdere waarborgen dan nu omgeven. Wat beteekent dan nog hel geheele betoog, dat tucht en recht één zijn ? Immers zijn militaire rechter is ook strafrechter en geen tuchtrechter; het eenige verschil is, dat deze de militaire verhoudingen eo ipso kent, doch daarentegen bij het rechtspreken niet zonder rechtsgeleerd advies kan. En voor een rechter is rechtspreken nog altijd het eerste en voornaamste, terwijl kennis van feiten door deskundigen kan verkregen worden.

Tuchtrecht is subjectief en strafrecht objectief. Daaruit vloeit voort, dat militaire bijkomende straffen als degradatie, ontslag uit den militairen dienst, plaatsing in eene tuchtklasse, enz., niet door den strafrechter, maar door den tuchtrechter moeten opgelegd worden. Zij betreffen alleen de belangen van het leger en daarover moeten de belanghebbenden oordeelen. Of een soldaat, na een strafbaar feit te hebben gepleegd, in dienst kan blijven, is een speciaal belang en eveneens of een gegradueerde al of niet moet gedegradeerd worden. De korpscommandant moet hierover beslissen en alleen aan zijn chefs daarvoor verantwoordelijk zijn. Dit sluit natuurlijk niet uit, dat door de strafwet aan bepaalde zware straffen eene bijkomende straf kan verbonden worden, doch dan is dit meer een gevolg, dat de wetgever a priori uit het opleggen van zekere straf doet voortvloeien. „Der Ausspruch der militarischen Nebenstrafe im Urtheile ist nur declarativer Natur, eine Constatierung einer bereits mit der Fallung des Schuldspruches, bezieliungsweise mit der Verhangung der Hauptstrafe von gesetzwegen eingetretenen Wirkung" 1). Bij de oplegging van eene lichtere straf als b.v. 4 jaar gevangenisstraf, moet de korpscommandant bevoegd blijven eene bijkomende militaire straf te geven. Ook nu gebeurt dit na een vonnis van den burgerrechter.

') Miricka, t. a. p. blz. 86.