Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden, daar het objectieve strafrecht met de grootst mogelijke onpartijdigheid moet toegepast worden. Daarmede wordt de discipline niet geschaad, integendeel tegelijk met de gerechtigheid verhoogd.

§ 3. Het militair gezag.

Zeer nauw hangt de meening, dat het strafrecht een uitvloeisel van het militaire gezag is, samen met de onderstelling, dat er geen qualitatief onderscheid tusschen tucht- en strafrecht is. Eigenlijk vloeit het eene uit het andere voort. Het militaire gezag heeft middelen noodig om zich te handhaven en te doen gelden, middelen, welke te zamen het tuchtrecht vormen. Wie nu beweert, dat tucht en recht één zijn, kan door vergelijking eveneens beweren, dat het militaire gezag middelen noodig heeft en dat ook de toepassing van het strafrecht tot deze middelen behoort en zoodoende tot de meening komen, dat het strafrecht een uitvloeisel van het militair gezag is. Doch voor degenen, die zeggen dat tuchtrecht en strafrecht qualitatief verschillen, daar het eene subjectief en het andere objectief is, bestaat de nauwe betrekking niet. Immers zij zeggen, dat het tuchtrecht subjectief, d. w. z. uitvloeisel van het militair gezag is, maar ontkennen dit van het strafrecht.

Men zegt, dat de militaire rechtsmacht een uitvloeisel van het militaire commando is en zich deswege concentreert met dit commando in den persoon van den opperbevelhebber. Door delegatie wordt het aan eenige aan hem ondergeschikte bevelhebbers overgedragen, die, omdat zij de militaire rechtbanken samenroepen, aan deze colleges de bevoegdheid tot rechtspraak verleenen. De burgerlijke rechtsmacht daarentegen vloeit uit het staatsgezag voort en de voor de uitoefening daarvan ingestelde rechterlijke macht vormt staatsrechtbanken, welke onafhankelijk kunnen zijn. Deze verscheidenheid van rechtsbron heeft tengevolge, dat van eene onafhankelijkheid der militaire rechtbanken, in den zin als die van den civielen strafrechter, geen sprake kan zijn en dat het noodzakelijk is, dat alle strafbare handelingen, door militairen gepleegd, tot de competentie van den militairen rechter behooren.

Tegen dit betoog kan men het volgende aanvoeren: In den moJernen Rechtsstaat worden de rechtsbedeeling en de administratie —

Sluiten