Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht één en beiden uitvloeisels van het militaire gezag zijn, deze bevoegdheden toegekend aan allen, die het recht hebben disciplinaire strafen op te leggen? Waarom ten onzent het recht van verwijzing naar den krijgsraad aan den Plaatselijken of Garnizoenscommandant opgedragen ■ en niet tevens ook aan de korpscommandanten? Deze laatsten vooral zijn dragers van het militair gezag, bezitten Kommandogewalt, hetgeen ook blijkt in het recht om de hoogste disciplinaire straf — degradatie — te mogen opleggen. Ook hier te lande is de bataljonscommandant, tevens garnizoenscommandant zooals te Hoorn, Geertruidenberg, Naarden, Maastricht, Nijmegen, „Gerichtsherr" en bezit de bevoegdheden als zoodanig, terwijl de regimentscommandant, ondanks zijn hooger „Kommandogewalt", geen „Gerichtsherr" is, maar deze bevoegdheid aan Plaatselijke Commandanten, in Breda en 's Hertogenbosch zelfs van lageren rang dan hij zelf, ziet opgedragen. AVat blijft er zoo over van de stelling, dat het strafrecht een uitvloeisel van het „Kommandogewalt" is?

Het geheele betoog van professor Rehm is afgeleid uit het positief geldende recht in Duitschland, hetgeen zeer waarschijnlijk ook bedoeld is. Daarentegen moet de Begründung des Entwurfs einer Militarstrafgerichtsordnung omgekeerd de wet tot conclusie hebben. Helaas, zal men ook daar niet vinden, waarom het Strafgewalt een uitvloeisel van het Kommandogewalt is, maar grootendeels argumenten aantreffen, welke Rehm later ook aanvoerde. Toch zou het niet overbodig zijn, dit bewijs te leveren. Immers de Beiersche Militarstrafgerichtsordnung van 1X69 berustte op geheel andere beginselen en niettegenstaande was de discipline er goed '). Daar maakte men geen onderscheid tusschen „Militarhoheit und Justizhoheit", want „in Bayern ist auch in militarischen Strafsachen allein der Monarch Gerichtsherr. Diesel- Gerichtsherr lasst die Prozessleitung und den Urteilserlass ausschliesslich durch unabhangige Gerichte als seine Organe geschehen, und verzichtet darauf, die sachliche Behandlung des Einzelprozesses irgend zu beeinflussen." En daar „sind auch die Untersuchungsrichter selbstiindig", terwijl „zur Strafverfolgung der Gerichtsherr besondere, von den Gerichten streng geschiedene staatsamvaltschaftliche Behörden beruft" 2), waardoor iedere vermen-

') Zie hiervoor blz. 274.

*) Professor dr. Oetker, Gericht, Gerichtsherr, Verteidigung, blz. 20.

Sluiten